Hof 's-Hertogenbosch 21 februari 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:516
Belanghebbende, in Duitsland gevestigd, wordt voor haar ICT-activiteiten als ondernemer aangemerkt. Zij heeft in Nederland een partij nikkel aangeschaft met het oogmerk deze op een later moment weer te verkopen. Gelet daarop en omdat belanghebbende onweersproken heeft gesteld dat de werkzaamheden met betrekking tot het nikkel bestaan uit het volgen van de koersontwikkeling van nikkel met het oog op het hebben van een financiële buffer, is het hof, anders dan de Hoge Raad in zijn arrest van 24 november 2017 (ECLI:NL:HR:2017:2983), van oordeel dat de incidentele aankoop van de partij nikkel als een economische activiteit - een werkzaamheid - in de zin van artikel 9, lid 1, tweede alinea, van de btw-richtlijn is te beschouwen. De aan belanghebbende in dat verband in rekening gebrachte omzetbelasting is dan op grond van artikel 15, lid 1, aanhef en onderdeel a, Wet OB 1968 als voorbelasting aftrekbaar. Het gelijk is aan belanghebbende.
De uitspraak op rechtspraak.nl