Hof 's-Hertogenbosch 18 december 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:4087
Aan belanghebbende, Rijnvarende, is de aanslag IB/PVV opgelegd, ervan uitgegaan dat belanghebbende verplicht verzekerd is in Nederland voor de PVV. Het hof is van oordeel dat de aanslag terecht is opgelegd. De inspecteur is immers in het kader van de premieheffing gebonden aan een door de SVB afgegeven A1-verklaring. Er is geen sprake van strijd met het evenredigheidsbeginsel, het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het correctiebeleid van de Belastingdienst. Belanghebbende heeft geen recht op verrekening van in het buitenland geheven premies. Voor de beoordeling van een tegemoetkoming zoals voorzien in de Regeling tijdelijke tegemoetkoming Rijnvarenden is het hof onbevoegd. De rechtbank heeft het loon en het belastbaar inkomen uit werk en woning ten onrechte verminderd. Het hoger beroep van belanghebbende is ongegrond en het incidentele hoger beroep van de inspecteur is gegrond. De rechtbank heeft ten onrechte een proceskostenvergoeding toegekend.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 25 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1535
- HR 27 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1407
- HR 6 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1371
- HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:610
- HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1671
- HR 5 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:187
- CRvB 22 oktober 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2609
- HR 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1150
- HR 5 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1725
- HR 18 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:729
- HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252
- HR 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6600
- HR 15 september 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC5458
- HR 28 oktober 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC5146
- HR 24 juni 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC5026
- HR 14 april 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD5725
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2024:961