Hof 's-Hertogenbosch 4 december 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:3827

Het hof veroordeelt de verdachte voor moord op haar elfjarige zoontje en voor het in hulpeloze toestand brengen en laten van hem met de dood ten gevolge, door hem op verschillende momenten, in een tijdsbestek van een aantal uren, vier verschillende soorten, niet aan hem maar aan haar voorgeschreven medicijnen toe te dienen. Anders dan de rechtbank, acht het hof wel bewezen dat de verdachte met voorbedachten rade heeft gehandeld. De deskundigen hebben als waarschijnlijkheidsdiagnose gesteld dat de verdachte lijdt aan het syndroom van Münchhausen by proxy (kindermishandeling door falsificatie) en achten haar verminderd toerekeningsvatbaar. Het hof legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van 15 jaar, met aftrek van voorarrest, en een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38z Sr). Vanwege het lage recidiverisico en de omstandigheden van deze zaak, is niet voldaan aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van TBS met dwangverpleging, zoals door het Openbaar Ministerie is gevorderd. Huisarrest / thuisdetentie in het kader van een schorsing van de voorlopige hechtenis wordt niet aangemerkt als voorarrest dat in mindering moet worden gebracht op de opgelegde gevangenisstraf.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken