Hof 's-Hertogenbosch 20 november 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:3646
Belanghebbenden vragen negen jaar na het overlijden van erflaatster om een op hun naam gestelde WOZ-beschikking op grond van artikel 26 Wet WOZ. Het hof is van oordeel dat, ondanks dat de termijn om een verzoek te doen op grond van artikel 26 Wet WOZ uit de wettekst is verwijderd, uit de parlementaire geschiedenis en de systematiek van de wet niet kan worden afgeleid dat een verzoek niet meer aan een (redelijke) termijn is gebonden. Het hof is van oordeel dat in deze situatie niet meer kan worden gesproken van een redelijke termijn. Het hoger beroep van de heffingsambtenaar wordt gegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl