Hof 's-Hertogenbosch 9 oktober 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:3162
IB/PVV 2015. Overgangsregeling levensloopregeling, artikel 39d, lid 4 Wet LB. Belanghebbende doet in 2015 een verzoek om zijn bij werkgever [Stichting] opgebouwde levenslooptegoed geheel uit te keren, maar blijft bij zijn nieuwe werkgever [Universiteit] een levenslooptegoed opbouwen. Het hof oordeelt dat belanghebbende hierdoor geen recht heeft op toepassing van de 80%-regeling als bedoeld in artikel 39d, lid 4 Wet LB en verwerpt de opvatting van belanghebbende dat dit overgangsrecht per werkgever of polis moet worden beoordeeld. Verder oordeelt het hof dat de uitkering uit de levensloopregeling dient te worden aangemerkt als inkomen uit tegenwoordige arbeid zodat belanghebbende geen recht heeft op een hogere arbeidskorting. De belastingrente is terecht en niet te hoog vastgesteld. De aanspraak op vergoeding van immateriële schade is terecht. Omdat de termijnoverschrijding enkel ziet op de hoger beroepsfase veroordeelt het hof alleen de staat tot deze vergoeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl