Hof 's-Hertogenbosch 18 september 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2942
Belanghebbende werkt bij het [werkgever]. Voorts verzorgen belanghebbende en zijn echtgenote hun zoon en belanghebbende geniet uit dien hoofde ROW–inkomsten uit het PGB van de zoon. In geschil is enerzijds de aftrek kosten ROW (artikel 3.94 Wet IB 2001), al dan niet op grond van het vertrouwensbeginsel, en anderzijds het recht op jonggehandicaptenkorting (artikel 8.16a Wet IB 2001). Het hof oordeelt dat de inspecteur in strijd met het vertrouwensbeginsel heeft gehandeld door een zeer klein deel van de kosten ROW in aftrek toe te laten. Het hof oordeelt tevens dat belanghebbende geen recht heeft op de jonggehandicaptenkorting noch dat de inspecteur bij afwijzing van het recht op jonggehandicaptenkorting heeft gehandeld in strijd met het vertrouwensbeginsel.
De uitspraak op rechtspraak.nl