Hof 's-Hertogenbosch 23 augustus 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2767
Overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, opzettelijk begaan. Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 1.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan. Overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 2.5, derde lid, van de Wet natuurbescherming, opzettelijk begaan. Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat hij zich op 28 juli 2022 op/in de Oosterschelde heeft schuldig gemaakt aan het, kort en zakelijk weergegeven, rapen van 2325 kilogram Japanse oesters zonder daarvoor verleende vergunning (feit 1), gevangen of voorhanden hebben van waterdieren, terwijl hij zich op het oppervlaktewater bevond (feit 2) en aanwezig zijn in een gebied waarvan de toegang gedurende het gehele jaar verboden is (feit 3). Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 4.400,00, subsidiair 54 dagen hechtenis, waarvan € 2.200,00, subsidiair 32 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Daarnaast heeft het hof, gelet op het recidiverende gedrag van de verdachte, aan de verdachte opgelegd een voorwaardelijke ontzetting uit het hem (in zijn eenmanszaak) door Gedeputeerde Staten van de Provincie Zeeland vergunde recht op het beroepsmatig handmatig rapen van Japanse oesters in het Natura 2000-gebied Oosterschelde voor de duur van één jaar, met een proeftijd van 3 jaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl