Hof 's-Hertogenbosch 10 juli 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2232
Belanghebbende stelt dat haar diensten zijn te kwalificeren als basisschoolonderwijsdiensten, die geschaard kunnen worden onder de vrijstelling van artikel 11, lid 1, letter o, Wet OB. De inspecteur stelt dat de diensten van belanghebbende zijn te kwalificeren als het ter beschikking stellen van personeel. Belanghebbende is geen publiekrechtelijk lichaam en met betrekking tot basisschoolonderwijs is belanghebbende niet als een onderwijsinstelling erkend. Nu belanghebbende niet aan de criteria van de vrijstelling voldoet met betrekking tot de vereiste erkenning, kan de vrijstelling geen toepassing vinden. Dat belanghebbende stelt dat de diensten worden verricht door werknemers die een lesbevoegdheid hebben, doet aan deze conclusie niet af. Zowel de wet als de BTW-richtlijn 2006 eisen immers dat belanghebbende zelf de daartoe vereiste erkenning heeft, waarvan in het geval van belanghebbende geen sprake is. De naheffing omzetbelasting blijft daarom in stand, maar de boete wordt vernietigd omdat het hof van oordeel is dat belanghebbende in de periode van de naheffingsaanslag een pleitbaar standpunt had.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 17 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1305
- HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2020
- HR 15 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1129
- HR 21 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3937
- HR 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN6350
- HR 10 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO6786
- HR 16 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0721
- HR 1 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3099