Hof 's-Hertogenbosch 26 juni 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2078
Aan belanghebbende zijn navorderingsaanslagen inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over de jaren 2014 tot en met 2017 opgelegd. Tevens heeft de inspecteur bij de aanslagen IB/PVV over de jaren 2014 tot en met 2017 vergrijpboetes opgelegd. Uit door de inspecteur opgemaakte vermogensvergelijkingen volgen over de onderhavige jaren negatieve bedragen aan netto-privéuitgaven. Daarnaast zijn bij een huiszoeking bij belanghebbende in maart 2018 verdovende middelen met een waarde van € 76.036 aangetroffen en is hij naar aanleiding hiervan door de strafrechter veroordeeld vanwege het voorhanden hebben van verdovende middelen. De inspecteur heeft op basis hiervan het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden over de onderhavige jaren gecorrigeerd. Het hof is van oordeel dat de inspecteur terecht de bewijslast heeft omgekeerd en verzwaard omdat belanghebbende over de jaren 2014 tot met 2017 niet de vereiste aangiften heeft gedaan. De inspecteur heeft naar het oordeel van het hof een redelijke schatting gemaakt van het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden omdat deze is gebaseerd op de uit de vermogensvergelijkingen blijkende negatieve saldi netto-privéuitgaven over de jaren 2014 tot en met 2017 en de inspecteur bij het opstellen hiervan concrete en verifieerbare gegevens dan wel redelijke schattingen in aanmerking heeft genomen. Ook kon de inspecteur in het kader van de redelijke schatting, op basis van bewijsvermoedens in het civiele recht en verwijzingen naar het strafrechtelijk onderzoek, de waarde van de in maart 2018 aangetroffen verdovende middelen tot het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden over 2017 rekenen. Het hof overweegt in dit kader dat de belastingrechter niet gebonden is aan het oordeel van de strafrechter over hetzelfde feitencomplex. Het hof is verder van oordeel dat de opgelegde vergrijpboetes passend en geboden zijn. Wel worden deze gematigd met 15% vanwege de overschrijding van de redelijke termijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 18 augustus 2023, ECLI:NL:HR:2023:1093
- HR 3 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:97
- HR 8 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:526
- HR 9 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1086
- Hof 's-Hertogenbosch 31 augustus 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:3650
- HR 17 augustus 2018, ECLI:NL:HR:2018:1311
- HR 31 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX7184
- HR 9 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY2665
- HR 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT4483