Hof 's-Hertogenbosch 8 februari 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:484
In deze WOZ-zaak werd in de bezwaarfase een taxatieverslag aan belanghebbende verstrekt, waarin ‘kwaliteit’, ‘onderhoud’ en ‘doelmatigheid’ van de woning en de referentieobjecten waren vermeld. Ook waren de grondstaffel en de ligging daarin opgenomen. In beroep heeft belanghebbende aangevoerd dat in de bezwaarfase om de taxatiekaart met de KOUDV- en liggingsfactoren was gevraagd en dat de heffingsambtenaar niet volledig aan dat verzoek heeft voldaan, nu de gegevens over ‘uitstraling’ en ‘voorzieningen’ niet in de bezwaarfase zijn verstrekt. In r.o. 4.13. tot en met 4.18 van de uitspraak is uiteengezet dat als een belanghebbende op de hoorzitting niet opnieuw aanvoert dat hij informatie mist door het niet toesturen van bepaalde gevraagde stukken, in beginsel mag worden aangenomen dat hij die stukken kennelijk niet (meer) nodig heeft. Het vervolgens (pas) in de beroepsfase wijzen op een schending van artikel 7:4 Awb en/of artikel 40 Wet WOZ wordt dan beschouwd als een schending van de goede procesorde. Het oordeel dat sprake is van een schending van de goede procesorde door belanghebbende, betekent dat niet wordt toegekomen aan de vraag of artikel 7:4 Awb en/of artikel 40 Wet WOZ zijn geschonden en in zoverre is dus geen sprake van een gebrek. De omstandigheid dat de gegevens over ‘uitstraling’ en ‘voorzieningen’ niet zijn toegestuurd in de bezwaarfase, is dan geen reden voor een gegrond (hoger) beroep (dus ook geen pkv).
De uitspraak op rechtspraak.nl