Hof 's-Hertogenbosch 16 november 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:3814

Art. 1:141 lid 3 BW; Het vermogen van de (toenmalige) vof wordt (mede) geacht te zijn gevormd uit hetgeen tussen partijen verrekend had moeten worden. Dit heeft tot gevolg dat volstorting van de aandelen van de B.V. – welke volstorting is geschied door inbreng van het aandeel van de man in de vof – eveneens (mede) geacht wordt gefinancierd te zijn door aanwending van inkomen of vermogen dat verrekend had moeten worden. Bewijsvermoeden niet weerlegd. Beroep op art. 3:172 BW faalt, nu geen sprake is van bevoegdelijk ten behoeve van de gemeenschap verrichte werkzaamheden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken