Hof 's-Hertogenbosch 10 oktober 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:3273
Tot de erfenis behoort een woning. Een zus en twee broers zijn ieder voor gelijke aandelen in de woning. Zus komt in de WSNP. De woning dient te worden verkocht ten behoeve van de WSNP-schuldeisers. Uiteindelijk wordt de woning verkocht aan een projectontwikkelaar. In de koopovereenkomst wordt overeengekomen dat koopsom in twee delen wordt betaald. Ten aanzien van de tweede betaling zijn partijen overeengekomen dat die niet verschuldigd is indien niet uiterlijk 30 april 2020 een herroepelijk geworden omgevingsvergunning voor woningbouw is verkregen. De omgevingsvergunning wordt uiteindelijk wel verkregen, maar na 30 april 2020. De broers stellen de bewindvoerder zowel pro se als q.q. aansprakelijk. De bewindvoerder zou (onder meer) onrechtmatig hebben gehandeld door geen betalingen te hebben verricht aan de hypotheekhouder, door te lang te hebben dooronderhandeld met een andere partij en door de wijze waarop en de inhoud van de koopovereenkomst met de kopende partij is gesloten. Het hof komt tot het oordeel dat de bewindvoerder pro se noch q.q. de zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden, waarmee van onrechtmatig handelen geen sprake is. De vorderingen worden afgewezen. Het bezwaar tegen de eisvermeerdering in hoger beroep wordt gehonoreerd. Van een beslisbare zaak is geen sprake. Nadere concretisering en het ophelderen van (onder meer) voornoemde onduidelijkheden vraagt om nader onderzoek, hetgeen leidt tot een dusdanige onredelijke vertraging van het geding dat daarmee de eisen gesteld aan de goede procesorde in geding komen.
De uitspraak op rechtspraak.nl