Hof 's-Hertogenbosch 29 maart 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:1032
Navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw 2013 en 2014 met vergrijpboete (2013). Het hof acht de informatie-uitwisseling tussen de betrokken overheidsinstanties niet onrechtmatig. De inspecteur heeft niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd, maar hieraan wordt door het hof voorbijgegaan. Verder acht het hof de (verdere) verwerking van persoonsgegevens door de inspecteur niet onrechtmatig. Het hof is van oordeel dat de inspecteur over een nieuw feit beschikte dat navordering rechtvaardigt. Met dat oordeel wordt geen twijfel gezaaid over de juistheid van het strafrechtelijke sepot. Voorts is het hof van oordeel dat de navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd. De vergrijpboete is naar het oordeel van het hof terecht opgelegd. Het hof houdt rekening met de overschrijding van de redelijke termijn. Hoger beroep gegrond. Toekenning immateriële schadevergoeding en vergoeding proceskosten.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 8 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:526
- HR 26 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1107
- HR 18 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:857
- HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2389
- HR 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:672
- HR 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:958
- HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252
- HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:643
- HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:660
- HR 19 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD0191
- HR 1 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ3355
- HR 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AO9006