Hof 's-Hertogenbosch 29 maart 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:1031
(Navorderings)aanslagen IB/PVV en Zvw 2013 tot en met 2016 met vergrijpboeten. Het hof acht de informatie-uitwisseling tussen de betrokken overheidsinstanties niet onrechtmatig. De inspecteur heeft niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd, maar hieraan wordt door het hof voorbijgegaan. Verder acht het hof de (verdere) verwerking van persoonsgegevens door de inspecteur niet onrechtmatig. Het hof is van oordeel dat de inspecteur voor de jaren 2013, 2014 en 2016 over een nieuw feit beschikte dat navordering rechtvaardigt. Met dat oordeel wordt geen twijfel gezaaid over de juistheid van de strafrechtelijke vrijspraak. Voorts is het hof van oordeel dat de (navorderings)aanslagen IB/PVV en Zvw voor de jaren 2013 tot en met 2015 terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd. Ten aanzien van het jaar 2016 is de inspecteur er niet in geslaagd de redelijkheid van zijn (gehele) schatting aannemelijk te maken. De navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw worden daarom verminderd. De vergrijpboeten zijn naar het oordeel van het hof terecht opgelegd. De vergrijpboete voor het jaar 2016 wordt verminderd. Tevens wordt rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn. Hoger beroep gegrond. Toekenning immateriële schadevergoeding en vergoeding proceskosten.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 25 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1739
- HR 8 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:526
- HR 26 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1107
- HR 18 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:857
- HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2389
- HR 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:672
- HR 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:958
- HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252
- HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1083
- HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:643
- HR 19 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD0191
- HR 18 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC1962
- HR 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AO9006