Hof 's-Hertogenbosch 29 november 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:4569

Vordering tot inzage vaartjjdenboek door toezichthouder op grond van artikel 46, eerste lid, van de Binnenvaartwet. Verdachte heeft aan de verplichting tot het op eerste vordering ter inzage geven van het vaartijdenboek geen gevolg gegeven. Op grond van artikel 48, eerste lid, van de Binnenvaartwet kan daarvoor een bestuurlijke boete worden opgelegd. Alleen in het geval er sprake is van het (mogelijke) gevaar of dreigende gevaar voor de openbare veiligheid is er sprake van een strafbaar feit, zijnde een overtreding. Regeling artikel 46 juncto 49 van de Binnenvaartwet vormt systematische specialis van artikel 184 Wetboek van Strafrecht. In de onderhavige zaak leidt dit ertoe dat nu artikel 184 Sr ten laste is gelegd, het bewezenverklaarde geen strafbaar feit oplevert en dat het hof de verdachte ontslaat van alle rechtsvervolging.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen