Hof 's-Hertogenbosch 15 november 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3933
Een van beide gedaagden heeft in eerste aanleg en in hoger beroep verstek laten gaan, terwijl het geding geen ondeelbare rechtsverhouding betreft. De kantonrechter heeft ten onrechte geen toepassing gegeven aan de slotwoorden van artikel 139 Rv, maar de eiser heeft daartegen geen grieven gericht. Gevolgen daarvan voor de positie van die gedaagde in hoger beroep. Is tussen eiser en beide gedaagden een huurovereenkomst ter zake bedrijfsruimte tot stand gekomen? Bewijswaardering. Zo nee, zijn gedaagden dan aansprakelijk op grond van de door hen mondeling gegeven garantstelling? Vervolg op tussenarrest van hof ’s Hertogenbosch van 14 januari 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:74.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 24 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 130 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 164 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 225 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 239 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 347 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 353 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1:88 BW1
- Artikel 1:89 BW1
- Artikel 6:6 BW6
- Artikel 6:119a BW6
- Artikel 7:231 BW7
- Artikel 7:850 BW7
- Artikel 7:857 BW7
- Artikel 7:859 BW7
- Artikel 3:52 BW3
- Artikel 3:55 BW3