Hof 's-Hertogenbosch 27 september 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3820
Doorschuifregeling. Artikel 22, lid 2, letter b, belastingverdrag Nederland-Duitsland; artikel 10, lid 3, en artikel 11, lid 1, Bvdb 2001. De Rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het beroep uitsluitend betrekking heeft op de aanslag IB/PVV 2017 en niet tevens op de jaren 2015 en 2016. De inspecteur heeft het resterende saldo van het door te schuiven inkomen op een juiste wijze verwerkt in de aanslag IB/PVV 2017. Het door te schuiven inkomen wordt effectief vrijgesteld naar het gemiddeld verschuldigde inkomstenbelastingtarief en niet aan de top van het inkomen. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in rechte te beschermen vertrouwen kon ontlenen aan de beschikking doorschuifregeling, de correspondentie met de behandelfunctionaris van de Belastingdienst, de afhandeling van de aangiften IB/PVV 2015 en 2016, het telefonische contact met een medewerker van de Belastingtelefoon en informatie ontleend aan de website van de Belastingdienst. Voorts faalt het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1654
- HR 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:439
- HR 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1069
- HR 13 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:278
- HR 5 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB4736
- HR 17 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2996
- HR 28 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3889
- HR 14 februari 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC4233
- HR 13 december 1989, ECLI:NL:HR:1989:ZC4179
- HR 9 maart 1988, ECLI:NL:HR:1988:ZC3780