Hof 's-Hertogenbosch 7 september 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3100

Belanghebbende ontvangt per blokkuur een vergoeding van € 145. Van dit bedrag wordt belanghebbende geacht de met het oog op zijn dienstbetrekking te maken kosten te voldoen. De omvang van de door belanghebbende gemaakte daadwerkelijk kosten ter zake van zijn dienstbetrekking is niet van invloed op de hoogte van de vergoeding per blokuur. Belanghebbende heeft een bedrag van € 19.580,73 aan ‘expenses’ gemaakt. Tussen partijen is niet in geschil dat daarvan een bedrag van € 17.000 mag worden beschouwd als kosten die noodzakelijkerwijs met oog op een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking zijn gemaakt. In geschil is of sprake is van gerichte vrijstellingen. Het hof beantwoordt die vraag bevestigend. Het staat vast dat kosten zijn gemaakt tegenover de vergoedingen. De door de inspecteur gestelde voorwaarde dat een gerichte vrijstelling vooraf moet worden gespecificeerd, is naar het oordeel van het hof te streng. Ook de omstandigheid dat de buitenlandse werkgever van belanghebbende de vergoedingen en verstrekkingen als zodanig niet heeft aangewezen, staat niet aan het bestaan van gerichte vrijstellingen in de weg. Immers, zou de werkgever van belanghebbende inhoudingsplichtige in de zin van artikel 6 Wet LB zijn geweest, dan mag aangenomen worden dat deze zakelijke uitgaven/kosten door de werkgever zouden zijn aangewezen en tot een bedrag van € 17.000 zouden hebben gekwalificeerd als gerichte vrijstellingen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken