Hof 's-Hertogenbosch 31 augustus 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3024
Rioolheffing. Begrip perceel. Units in/bij loodsen. Een of meer afzonderlijke onroerende zaken; verticale splitsing? Zelfstandige gedeelten van een onroerende zaak? Belanghebbende is eigenaar van een object met daarop twee loodsen (waarvan een met twee aanbouwen), waarin in totaal sprake is van negen units. De heffingsambtenaar heeft zeven aanslagen in de rioolheffing (eigenarendeel) opgelegd. De rechtbank heeft daarvan twee aanslagen vernietigd omdat zij ter zake van twee units de samenstelbepaling in de Verordening van toepassing achtte. De heffingsambtenaar voert in incidenteel hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte de samenstelbepaling heeft toegepast, omdat de units afzonderlijke onroerende zaken zijn en daarop de samenstelbepaling niet ziet. Het hof verwerpt dat betoog voor zover het gaat om de units die in de loodsen zijn gecreëerd, omdat de heffingsambtenaar onvoldoende feiten heeft gesteld om te kunnen oordelen dat sprake is van ‘bouwsels, die zich naar verkeersopvatting lenen voor verticale splitsing’. Anders dan belanghebbende is het hof van oordeel dat deze units wel kunnen worden aangemerkt als zelfstandige gedeelten van een onroerende zaak en daarmee als perceel voor toepassing van de rioolheffing. Belanghebbende gaat bij zijn betoog van wat onder een perceel moet worden verstaan uit van een andere opvatting dan volgt uit de definitie van dat begrip in de Verordening. Met betrekking tot de units die in de aanbouwen zijn gelegen, kan in het midden blijven of deze afzonderlijke onroerende zaken zijn, nu de rechtbank daarop de samenstelbepaling niet heeft toegepast. Slotsom is dat het oordeel van de rechtbank in stand blijft.
De uitspraak op rechtspraak.nl