Hof 's-Hertogenbosch 4 mei 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1475

Betalingen die gedaan zijn naar aanleiding van een betalingsregeling zijn gedeeltelijk toegerekend aan invorderingsrente. In geschil is of een brief waarin de bedragen zijn genoemd die aan rente zijn geboekt kwalificeert als voor bezwaar vatbare beschikking in de zin van artikel 30, lid 1, IW 1990. Het hof beantwoordt deze vraag bevestigend. Aan deze kwalificatie doet niet af dat de beschikking is afgegeven na de afboeking van invorderingsrente op de betalingen en dus geen vooraf afgegeven beschikking betreft, aangezien uit het wettelijk systeem voortvloeit dat het bedrag van de invorderingsrente pas berekend kan worden nadat is betaald. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, alhoewel belanghebbende vollediger geïnformeerd had kunnen worden over de verschuldigde invorderingsrente in de brief waarin de voorwaarden van de betalingsregeling zijn opgenomen. Het hof ziet tot slot geen aanleiding om de periode waarover invorderingsrente in rekening is gebracht in te korten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken