Hof 's-Hertogenbosch 11 mei 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1471

Sociale zekerheid. EU-verordening 1408/71. Premieheffing zeevarende. Belanghebbende woont in de onderhavige jaren in België en is werkzaam bij een in Nederland gevestigde werkgever. De werkzaamheden vonden plaats op een zeeschip dat voer onder Panamese en vervolgens Cypriotische vlag. In geschil is of belanghebbende in de onderhavige jaren verplicht verzekerd, en dus premieplichtig, is in Nederland. Het hof is van oordeel dat de afgegeven ‘to whom it may concern’-verklaringen wezenlijk verschillen van de E101-verklaringen, waardoor aan deze eerstgenoemde verklaringen (in ieder geval voor het grootste deel) geen bindende rechtskracht kan worden toegekend. Het hof is daarnaast van oordeel dat belanghebbende in Nederland verplicht verzekerd (en premieplichtig) is. Belanghebbende valt onder de territoriale en personele reikwijdte van de Verordening. Geen enkele aanwijsregel ziet op de situatie van belanghebbende. Gelet op de Aldewereldleer wordt Nederland aangewezen. Artikel 6a AOW is van toepassing omdat de verzekering van belanghebbende voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag. Het hoger beroep is slechts gegrond vanwege een eerder gebleken datum van omvlagging in 2008. Het gaat het hof te ver om hiervoor nogmaals een proceskostenvergoeding toe te kennen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken