Hof 's-Hertogenbosch 30 maart 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1037

Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de reis-en verzekeringskosten, die zij heeft gemaakt ten behoeve van haar studie en stage in Boston, als scholingsuitgaven in aftrek kunnen worden gebracht. Het hof is van oordeel dat de wetgever de scholingsuitgaven heeft willen beperken en daarom een limitatieve opsomming in artikel 6.27, lid 1, Wet IB 2001 heeft opgenomen. Voorts heeft het hof geoordeeld dat geen sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. De inspecteur heeft terecht een verzuimboete opgelegd, belanghebbende heeft geen recht op vergoeding van kosten in bezwaarfase en het hof ziet geen aanleiding voor terugwijzing naar de rechtbank. Het hoger beroep is ongegrond. Het incidenteel hoger beroep is eveneens ongegrond, aangezien de inspecteur naar het oordeel van het hof terecht is veroordeeld in de proceskosten en vergoeding van het griffierecht wegens schending van het hoorrecht. Aangezien het incidentele hoger beroep ongegrond is verklaard, heeft belanghebbende wel recht op proceskostenvergoeding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken