Hof 's-Hertogenbosch 16 april 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:3145

gepubliceerd in verband met het ingesteld cassatieberoep

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

Parketnummer : 20-001132-18
Uitspraak : 16 april 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg van
29 maart 2018, in de strafzaak met parketnummer 03-702607-13 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1956,
wonende te [adres] .

Hoger beroep

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde bewezen zal verklaren en aan verdachte zal opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van voorarrest.

Namens verdachte is primair integrale vrijspraak bepleit dat. Subsidiair is een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat hij:

1.

in of omstreeks de periode van de 1 mei 2012 tot en met 30 juni 2012, in elk geval in het jaar 2012 in de gemeente Landgraaf en/of Nijmegen en/of Leende en/of Eindhoven en/of Rotterdam en/of te Bonaire, in elk geval in (Europees en/of Caribisch) Nederland en/of te Antwerpen, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van (minimaal) ongeveer 50 kilogram cocaïne, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat hij:

in of omstreeks de periode van 1 mei 2012 tot en met 30 juni 2012, in elk geval in het jaar 2012 in de gemeente Landgraaf en/of Nijmegen en/of Leende en/of Eindhoven en/of Rotterdam en/of te Bonaire, in elk geval in (Europees en/of Caribisch) Nederland en/of te Antwerpen, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van (minimaal) ongeveer 50 kilogram cocaïne, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

in of omstreeks de periode van 1 november 2011 tot en met 31 juli 2012, in elk geval in het jaar 2011 en/of in het jaar 2012, in de gemeente Landgraaf en/of Urmond en/of Eindhoven en/of Leende en/of te Bonaire, in elk geval in (Europees en/of Caribisch) Nederland en/of te Antwerpen en/of te Maasmechelen, in elk geval in België en/of in de Dominicaanse Republiek en/of in Ecuador, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van (een) hoeveelhe(i)d(en) cocaïne, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen en/of te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of
voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft hij, verdachte en/of zijn, verdachtes mededader(s)

meermalen, althans eenmaal (telkens) (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of (een) afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en) en/of leverancier(s) en/of transporteur(s) en/of financier(s) en/of afnemer(s) en/of tussenperso(o)n(en) en/of verlener(s) van hand- en spandiensten en/of (een) ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid en/of prijs en/of kwaliteit en/of levering en/of betaling en/of verpakking en/of opslag en/of vervoer van (een) hoeveelhe(i)d(en) cocaïne en/of
meermalen, althans eenmaal (telkens) ter zake telefonisch en/of via Skype en/of persoonlijk contact gehad met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of E. [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of een of meer tot nog toe onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of
geëncrypte BlackBerry‘s en/of (een) bill(s) of lading en/of (een) document(en) en/of (een) contain(er) voor het transport van voornoemde cocaïne en/of een of meer deklading(en) voor voornoemde cocaïne en/of (een aanzienlijke hoeveelheid) geld, bestemd voor het verwerven/aankopen/vervoer/transport van voornoemde cocaïne, voorhanden gehad;

3.

in of omstreeks de periode van 1 november 2011 tot en met 31 juli 2012, in elk geval in het jaar 2011 en/of in het jaar 2012 in de gemeente Landgraaf en/of Eindhoven en/of Valkenswaard en/of Leende en/of Heeze en/of Veldhoven en/of Uden en/of Son en/of Urmond en/of Nijmegen en/of Amsterdam en/of Hoofddorp en/of Breda en/of te Bonaire, in elk geval in (Europees en/of Caribisch) Nederland en/of te Antwerpen, in elk geval in België en/of in de Dominicaanse Republiek en/of in Ecuador, heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen, waartoe (onder andere) behoorden [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of E. [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] /of [medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 13] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of een of meer tot nog toe onbekend gebleven perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven, als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid, 10 a eerste lid van de Opiumwet, namelijk

het meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of het verwerken en/of bewerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van (een) middel(en) als bedoeld op lijst I van de Opiumwet, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet en/of
het meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk verrichten van voorbereidings- en/of bevorderingshandelingen gericht op het bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van (telkens) cocaïne, in elk geval (telkens) van (een) middel(en) als bedoeld op lijst I van de Opiumwet, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet;

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Voor de motivering van deze vrijspraak verwijst het hof naar hetgeen is opgenomen onder het kopje ‘Bewijsoverwegingen’ onder punt 3 B.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:

3.

in de periode van 1 november 2011 tot en met 31 juli 2012, in Nederland en/of in België, heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen, waartoe onder andere behoorden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] , [medeverdachte 6] , en [medeverdachte 5] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid, 10 a eerste lid van de Opiumwet, namelijk

het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van een middel als bedoeld op lijst I van de Opiumwet, en/of
het opzettelijk verrichten van voorbereidings- en/of bevorderingshandelingen gericht op het verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne, een middel als bedoeld op lijst I van de Opiumwet.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Feit 3 (zaaksdossiers 2 en 7): deelname aan een criminele organisatie

Inleiding

Het onderzoek Wolf Beretta is een zeer omvangrijk onderzoek waarbij een aantal verdachten over langere tijd door de politie in de gaten is gehouden. Dit in de gaten houden bestond onder andere uit het tappen van vele telefoonlijnen, het plaatsen van OVC-apparatuur (Opname Vertrouwelijke Communicatie) in de diverse auto’s in gebruik bij verdachten en in de woning van [medeverdachte 1] , het observeren van verdachten, en het opnemen van vertrouwelijke communicatie tussen verdachten tijdens besprekingen in horecagelegenheden. In het proces-verbaal is door middel van pv’s stemherkenning en pv’s bevindingen met betrekking tot de bijnamen van verdachten aangegeven op basis van welke feiten en omstandigheden de politie de conclusie trekt dat een bepaald telefoonnummer door een bepaalde verdachte wordt gebruikt, wie er spreekt en wie met een bepaalde bijnaam bedoeld wordt. Na de inbeslagname van een aantal BlackBerry telefoons onder verdachten is ook herleid kunnen worden welke verdachte gebruik maakte van welk BlackBerry e-mailadres.

Daar waar een en ander door de verdediging niet betwist wordt, neemt het hof, met de rechtbank, de conclusie van de politie, dat een bepaalde verdachte de gebruiker is van een bepaald telefoonnummer of dat een bepaalde verdachte met een bepaalde bijnaam wordt aangeduid of dat een bepaalde verdachte de gebruiker is van een onder hem inbeslaggenomen BlackBerry, over en maakt deze tot de zijne.

Daar waar de verdediging in dit kader iets betwist heeft, gaat het hof hierop nader in in zijn bewijsoverwegingen.

[medeverdachte 3] BlackBerry de Kale en [medeverdachte 26] (= kale in het Spaans)

[medeverdachte 10]

[medeverdachte 5] BlackBerry Hoekje, Compressor, Kompre, Compre, Kompressor

[medeverdachte 1] Kerstman, Ouwe, Opa

[medeverdachte 9] BlackBerry mr. Green, dr/docter

[verdachte]

[medeverdachte 7]

[medeverdachte 4] BlackBerry negertje, Candy

[medeverdachte 13] de Lange

[medeverdachte 6] BlackBerry de Kleine of Domini

[medeverdachte 2] Bril, Horman

Het hof merkt op dat de kopjes tussen de bewijsmiddelen enkel zijn bedoeld om de leesbaarheid te bevorderen en geen duidelijke scheiding vormen tussen de bewijsmiddelen voor verschillende feiten, te meer daar alles in onderling verband en samenhang bezien een rol speelt in het bijzonder, maar niet alleen, voor de criminele organisatie.

Zaaksdossier 2: de invoer van een partij van minimaal 50 kilogram cocaïne en de criminele organisatie ( [verdachte] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 6] )

De eerste container

Uit het proces-verbaal van observatie en het ten gevolge daarvan opgemaakte proces-verbaal van bevindingen bekijken videobeelden, blijkt, zakelijk weergegeven, onder andere dat op 20 januari 2012 een ontmoeting is geobserveerd tussen [verdachte] , [medeverdachte 14] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 15] , en een onbekende persoon bij pannenkoekenhuis [locatie 1] ’ te Leende.

Op 13 maart 2012 is er sms verkeer tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] waarin [medeverdachte 5] aangeeft dat hij morgen kan langskomen als hij terugkomt van Amsterdam om opa af te halen. [medeverdachte 5] voegt toe: ‘zie je die ook nog eens’.

Op 14 maart 2012 arriveert [medeverdachte 1] op Schiphol alwaar hij wordt opgehaald door [medeverdachte 5].

Vanaf 12 maart 2012 is er sms verkeer tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] enerzijds en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] anderzijds. Hieruit kan afgeleid worden dat men afspraken maakt voor een ontmoeting op 16 maart 2012 rond 11.00 uur. Door het observatieteam wordt gezien dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] op 16 maart 2012 samen in een VW Caddy [kenteken 1] rijden en dat die Caddy om 9.58 uur geparkeerd wordt op de parkeerplaats van het kerkhof gelegen aan de Valkenswaardseweg te Leende. Om 10.19 uur komen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] uit het restaurant De Scheutert te Leende. Om 11.29 uur rijden [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] weer met de Caddy weg. Om 11.40 uur wordt gezien dat de Caddy geparkeerd staat bij de woning van [medeverdachte 2] te Leende.

Op 4 april 2012 neemt [medeverdachte 5] om 8.26 uur contact op met [medeverdachte 2] en geeft aan dat hij dringend de vriend van [medeverdachte 2] moet zien. [medeverdachte 2] neemt vervolgens contact op met [medeverdachte 3] en geeft dan aan dat ‘hoekje’ (= bijnaam [medeverdachte 5] ) hem wil zien. Er wordt afgesproken om 10.30 uur bij ‘hoekje’.

Daarna belt [medeverdachte 5] [medeverdachte 1] en zegt dat hij dringend naar Eindhoven moet omdat ‘dat met die foto’s was niets’. Uit het gesprek volgt dat [medeverdachte 5] [medeverdachte 1] oppikt om mee te gaan. Rond 11-12 uur was de telefoon van [medeverdachte 1] in elk geval in de buurt van De Valk/Den Haas, de twee horecagelegenheden in Valkenswaard (waar vaker wordt afgesproken en die worden aangeduid met ‘hoekje’).

Om 9.38 uur, 9.40 uur en 10.58 uur belt [medeverdachte 2] uit naar [medeverdachte 3] . Er komt geen communicatie tot stand.

Rond diezelfde tijd vraagt [medeverdachte 2] per sms aan de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] waar hij is. Op basis van de omstandigheid dat met de gebruiker van ditzelfde telefoonnummer een afspraak wordt gemaakt bij [medeverdachte 2] thuis en vervolgens geobserveerd wordt dat de auto in gebruik bij [verdachte] (een Audi A3) met Belgisch kenteken [kenteken 2] op het afgesproken tijdstip bij de woning van [medeverdachte 2] achterom rijdt, concludeert het hof dat [verdachte] de gebruiker van dit telefoonnummer is.

Vervolgens is [medeverdachte 2] boos op [medeverdachte 3] dat deze niet is op komen dagen. ‘Hoekje’ is voor niets gekomen, terwijl hij hem dringend nodig heeft, want er klopt niets van. Afgesproken was dat [medeverdachte 3] vandaag/woensdag beschikbaar zou zijn (opmerking hof: 4 april 2012 valt op een woensdag). Rond 17.00 uur bericht [medeverdachte 3] [medeverdachte 2] dat hij een afspraak had die voor ging. Hij geeft aan dat hij vanaf 18.00 uur thuis is. [medeverdachte 2]

sms-t terug dat hij er zal zijn.

Om 17.15 neemt [medeverdachte 5] contact op met het Dominicaanse nummer [telefoonnummer 4] . Hij bericht dat die ander Kerstman moet accepteren (waarschijnlijk wordt Skype bedoeld). Hij ondertekent met Compr. ( [medeverdachte 1] wordt vaker aangeduid als kerstman en [medeverdachte 5] als Compress). In de computer van [medeverdachte 6] zijn zowel de skype namen kerstman als compressor aangetroffen. Op basis van deze gegevens in onderling verband en in samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen concludeert het hof dat [medeverdachte 6] de gebruiker van dit Dominicaanse nummer is.

Op 4 april 2012 vindt er omstreeks 18.00-18.15 uur alsnog een ontmoeting plaats tussen [medeverdachte 5] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] bij ‘hoekje’. Om dit te regelen is er ge-sms-t tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Ook [medeverdachte 1] is aanwezig. (Het hof leidt de aanwezigheid van [medeverdachte 1] af uit de mededeling van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] dat de ‘gasten zitten te wachten’, het telefoongesprek tussen [medeverdachte 1] en zijn partner van 17.20 uur waarin hij aangeeft dat hij geen tijd heeft omdat hij weg moet en het sms-bericht van [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 2] waarin staat ‘Zijn onderweg. Zullen ong 15min later zijn’ in combinatie met het gegeven dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 1] als hij in Nederland is doorgaans samen met [medeverdachte 5] optrekt.)

Om 18.47 uur en 18.59 uur stuurt [medeverdachte 3] een sms naar het telefoonnummer in gebruik bij [verdachte].

Uit een sms-wisseling tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] is af te leiden dat er rond 19.30 uur weer een ontmoeting is tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] bij [medeverdachte 2] thuis.

Tussen 19.15 uur en 19.30 uur heeft [medeverdachte 5] sms contact met het reeds hiervoor aangehaalde Dominicaanse telefoonnummer [telefoonnummer 4] , in gebruik bij [medeverdachte 6] . Er wordt door [medeverdachte 6] gevraagd of [medeverdachte 5] de info al heeft kunnen regelen. [medeverdachte 5] geeft aan: ‘nu niet, zijn er mee bezig’.

Rond 22.00 uur sms-t [medeverdachte 2] [medeverdachte 5] : ‘het wordt morgen voor we elkaar zien’.

Rond 23.00 uur heeft [medeverdachte 5] weer contact met datzelfde Dominicaanse [telefoonummer] , in gebruik bij [medeverdachte 6] . [medeverdachte 6] geeft aan dat hij wel morgen een afspraak heeft, maar dat hij niks meeneemt omdat hij vandaag geen info van [medeverdachte 5] had gekregen.

Diezelfde avond en in de ochtend van 5 april 2012 zijn er de nodige telefonische contacten tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] .

In de ochtend van 5 april 2012 is er tussen 11.00 en 11.30 uur een ontmoeting tussen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] bij [locatie 2] te Valkenswaard. Ook de auto in gebruik bij [medeverdachte 2] is daar rond dat tijdstip gesignaleerd. Omdat het initiatief voor deze afspraak van [medeverdachte 2] afkwam concludeert het hof dat ook [medeverdachte 2] daarbij aanwezig was.

Vanaf 11.45 uur is er vervolgens herhaaldelijk telefonisch contact tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] .

Rond 12.30 uur die dag (5 april 2012) hebben [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] sms-contact over een afspraak die avond. Rond 19.30 uur is er sms-verkeer tussen [medeverdachte 5] en het Nederlandse nummer van [medeverdachte 6] en rond 22.00 uur tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] .

In de vroege uren en ochtend van 6 april 2012 neemt het Nederlandse nummer van [medeverdachte 6] per sms contact op met [medeverdachte 5] . [medeverdachte 6] geeft aan dat hij nu pas in de trein naar huis zit en dat het hem niet gaat lukken. Gevraagd wordt: ‘kunnen jullie misschien niet bij me thuis koffie drinken?’ Gemeld wordt dat het andere nummer in de koffer is achtergelaten. Aan de lijn is thans Jan Klaassen, vriend van Compress. Uit het onderzoek is gebleken dat Jan Klaassen een internetnaam van [medeverdachte 6] is en compress/compressor van [medeverdachte 5] .

Op 9 april 2012 is er sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] .

Op 10 april 2012 is er sms-verkeer tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] waaruit af te leiden is dat ze elkaar die ochtend ontmoet hebben.

Eerste container: HASU 4001697

Verklaring voor al deze drukte:

Op of omstreeks 9 april 2012 werd een container (HASU 4001697) verstuurd vanuit de Dominicaanse republiek. De container had als lading travertin tegels, te weten 580 m2 ter waarde van USD 12.505,- verpakt in 15 kratten. Deze bestelling was in de Dominicaanse Republiek gedaan door iemand die zich ‘ [medeverdachte 22] ’ noemde. Deze tegels werden door het bedrijf [bedrijf 1] . bij [bedrijf 2] besteld en door [bedrijf 2] rechtstreeks geleverd aan [bedrijf 3] , te Antwerpen. De geschatte aankomst in de haven van Antwerpen was 24 april 2012.

Door de Belgische autoriteiten werd onderzoek verricht naar het bedrijf [bedrijf 3] . Op 16 september 2011 werd de maatschappelijke zetel van dit bedrijf verplaatst naar het adres [adres 2] . Op deze datum werd [zaakvoerder] benoemd als onbezoldigd zaakvoerder.

In een loods in Mol zijn op 24 juni 2013 travertin tegels aangetroffen in een bekisting waarop stond Inv. Grammy. Die loods was begin maart 2012 gehuurd door [zaakvoerder] van [bedrijf 4] . De opgegeven adresgegevens van de loods waren identiek aan die van EFK.

Op 12 april 2012 is er sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] en [medeverdachte 2] en [verdachte] . Er wordt een afspraak gemaakt tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] voor de volgende dag. Het lijkt erop dat [verdachte] [medeverdachte 3] niet te pakken krijgt, want hij sms-t aan [medeverdachte 2] : ‘Onze vriend antwoordt niet’. [medeverdachte 2] antwoordt: ‘Ok zie je morgen. Ik ben ook in Antw. In de vroege middag eventueel’.

Later die dag is er weer over en weer sms verkeer tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] .

Ook de volgende dag 13 april 2012 is er verspreid over de hele dag sms verkeer tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] . Op 14 april 2012 in de ochtend is er sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] ; zo ook op 16 en 17 april 2012.

Op 17 april 2012 is er ook weer sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] . [medeverdachte 3] klaagt dat hij geen vervoer heeft en sms-t aan [medeverdachte 2] : ‘Vraag of ie ff naar mij komt’. Later die ochtend is er sms-verkeer tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] . [verdachte] geeft aan dat hij ‘pas om 13 u in eik’ kan. Er wordt om 4 uur afgesproken in ‘eik’. De politie vermoedt dat met ‘eik’ het Belgische Maaseik wordt bedoeld.

Daarna, tegen 17.00 uur, belt een telefoonnummer dat later aan [medeverdachte 2] gekoppeld wordt twee keer uit naar [medeverdachte 5] . Er wordt een afspraak gemaakt om elkaar te zien bij ‘de monteur’ en, als die er niet blijkt te zijn, zegt [medeverdachte 2] dat hij wel naar [medeverdachte 5] komt. [medeverdachte 5] geeft aan: “Ja oke je komt richting snow”. [medeverdachte 2] geeft aan: “Daar op de hoek weet je wel. Ik weet niet wat je bedoelt nou”. [medeverdachte 5] zegt: “Ja oke, hou dat dan maar aan dan”. [medeverdachte 2] : “Ik ben er zo”.Om 18.38 uur stuurt [medeverdachte 2] een sms naar [verdachte] : ‘Zit met die mensen aan tafel, als die auto geen originele papieren heeft, dan kan men niets doen?’ Om 18.41 stuurt [verdachte] een sms naar [medeverdachte 3] . [medeverdachte 2] sms-t [verdachte] om 18.41: ‘Oké heb ze al gezien dus zacht (het hof begrijpt dat ‘wacht’ is bedoeld) effe tot donderdag. We hebben nog tijd volgens mij’. Om 18.42 uur wordt er twee keer over en weer ge-sms-t tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] . Om 19.02 uur meldt [verdachte] aan [medeverdachte 2] dat hij de volgende ochtend om 9.30 uur bij hem is.

Uit de historische verkeersgegevens van het nummer van [medeverdachte 3] blijkt dat er op 18 april 2012 rond de middag vier keer telecommunicatieverkeer plaatsvindt tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] . Later die dag is er sms verkeer tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] en [medeverdachte 2] en [verdachte] .

Op 19 april 2012 is er rond 8.00 uur drie keer sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] . Uit het peilbaken blijkt dat de VW Polo in gebruik bij [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] rond 9.00 uur in de buurt van de woning van [medeverdachte 2] is.

Op 19, 20 en 21 april 2012 zijn er de nodige telefonische contacten tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] , en [medeverdachte 3] en [verdachte] .

Op 22 april 2012 maakt [medeverdachte 3] een afspraak met [medeverdachte 5] ‘bij onze vriend’ voor maandagmorgen (23 april 2012).

Op 23 april 2012 hebben rond 8.45 uur [medeverdachte 3] en [verdachte] nog sms-contact. Uit de peilbakengegevens blijkt dat de VW Polo [kenteken 3] in gebruik bij [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] rond 8.30 uur vertrekt vanuit Sittard-Geleen (zijnde de verblijfplaats van [medeverdachte 1] ) naar Leende. Rond 9.15 is er een stop op [adres 5] , zijnde in de buurt van de woning van [medeverdachte 2] . Daarna (10.15 uur) begeeft die auto zich naar de omgeving van [locatie 2] in Valkenswaard.

Die middag vindt er sms-verkeer plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] .

De volgende dag op 24 april 2012 is er rond 9.00 uur weer smsverkeer tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] en [verdachte] en [medeverdachte 2] .

Op 25 april 2012 wordt er een afspraak gemaakt tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] . In deze sms vraagt [medeverdachte 5] of [medeverdachte 2] zijn kant op kan komen (in verband met te veel blauw op de weg). [medeverdachte 5] ondertekent met ‘hoekje’. Uiteindelijk wordt (tussen 18 en 18.30 uur) afgesproken bij het Steiner Bos. Het hof, met de rechtbank, gaat er van uit dat ook [medeverdachte 1] bij deze bespreking aanwezig is, omdat er rond 10.45 uur een gesprek is getapt tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] waarin [medeverdachte 5] aangeeft dat ‘we aan het eind van de middag bezoek krijgen’ ‘ja waar ik eigenlijk vanmorgen heen zou gaan’ ‘die kwam laat in de middag deze kant op’ ‘dat ik niet die kant op hoefde, er is ontzettend veel blauw op de autobaan.

Rond 18.00 uur wordt er weer ge-sms’t tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] .

Uit de peilbakengegevens blijkt dat de VW Polo in gebruik bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] die avond tussen 18.15 en 18:45 uur bij het Steinerbos te Stein staat.

Om 18.51 uur sms-t [medeverdachte 2] aan [verdachte] : ‘ik ben bij jou in de buurt, ben je thuis?’ ( [verdachte] woont in Maasmechelen en dat ligt vlak bij Stein.) Uit deze gang van zaken leidt het hof af dat [medeverdachte 5] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] elkaar hebben ontmoet bij het Steinerbos, waarna [medeverdachte 2] en [verdachte] elkaar ontmoet hebben.

Aankomst container HASU 4001697 in Antwerpen

Deze container is op 24 april 2012 gearriveerd in de haven van Antwerpen bij kaai 742. De opdracht tot inklaren is van 26 april 2012. Deze opdracht is afkomstig van [bedrijf 3] .

Tussen 26 april 2012 en 2 mei 2012 zijn er zeer veel contacten (telefonisch en ontmoetingen) tussen [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 5] (en [medeverdachte 1] ) over en weer:

Berichtenverkeer en ontmoetingen op 26 april 2012:

Sms-verkeer tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] tussen 8.57 en 9.16 uur:

[medeverdachte 2] : ‘Heb je mijn tekst gehad’

[verdachte] : ‘Ik niet ik heb met ons vriend om 11.u. af. In eik’

(het hof merkt op dat met ‘eik’ vermoedelijk Maaseik wordt bedoeld)

‘ik must in antw. Van 18.u tot 23.u vor de inf. Van jou vriend’

[medeverdachte 2] : ‘Ik heb je gister al gestuurd. Was om 1900. Bij jou. Heb iets voor jou ivm foto. Ik probeer hem te pakken te krijgen en geef hem mee. Gr. Ps heb ook veel keer over laten gaan.’

Sms-verkeer tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] tussen 9.17 en 9.19 uur:

[medeverdachte 2] : ‘Kan je even langs mij ivm bakker’. Opmerking hof: met ‘bakker’ wordt naar alle waarschijnlijkheid [verdachte] bedoeld.

[medeverdachte 3] : ‘Die zie ik zo meteen. Moet daar na. Gaat niet anders.

Sms-verkeer tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] om 9.19 uur:

Van de Vleut: ‘Probeer hem ook even te zeggen dat hij bij mij stopt’

[verdachte] : ‘Ik waas weg om 17.15 must <LF> om 18.udar ij mar op 1. Pl.

Sms-verkeer tussen [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 3] tussen 9.20 en 9.27 uur:

[medeverdachte 2] : ‘Beter even stoppen. Het is voor hem’.

[medeverdachte 3] : ‘Ok ik vertrek zo’.

[medeverdachte 2] : ‘Gas erop’.

Sms-verkeer tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] tussen 9.23 en 9.25 uur:

[medeverdachte 2] : ‘Hoeft niet meer heb hem nu gehad. Ik heb voor voor foto gekregen’

‘Gister .en je kunt zeggen tegen je vriend dat je het hebt. Als je h’

‘et vandaag niet hebt geef ik je het zodra ik je zie. Gr.’

[verdachte] : ‘OK’

Sms-verkeer tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] tussen 10.06 en 11.07 uur:

[medeverdachte 5] : ‘Vriend wanneer horen of zien we jullie? Gr hoekje’.

[medeverdachte 3] : ‘Kan zo meteen. Ik zit in maaseik’.

Voorts is er tussen 11.07 en 11.09 uur drie keer sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] .

Daarna neemt [medeverdachte 3] contact op met [medeverdachte 5] via de sms (Sms-verkeer tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] tussen 11.47 en 11.50):

[medeverdachte 3] : ‘Kunnen we nu afspr.? Ik ben in zuiden.

[medeverdachte 5] : ‘Ok zeg maar waar’

[medeverdachte 3] : ‘Urmond?’

[medeverdachte 5] : ‘Ok ong 15min’

[medeverdachte 3] : ‘OkOk’

Uit de peilbakengegevens van de VW Polo met kenteken [kenteken 3] in gebruik bij [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] blijkt dat deze om 12.08 uur bij het [locatie 3] in Urmond is geweest.

Om 12.36 uur sms-t [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 3] : ‘Kun je om 14u op plek zijn waar we ons net gezien hebben. gr. Hoekje.’ [medeverdachte 3] antwoordt om 12.37 uur: ‘ok’

Om 12.38 uur is er sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] .

Sms-verkeer tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] tussen 13.32 en 13.33 uur:

[medeverdachte 3] : ‘ik ben 10min later.’

[medeverdachte 5] : ‘geen probleem, zitten binnen’

(uit het gebruik van het meervoud, leidt het hof af dat ook [medeverdachte 1] aanwezig is).

[medeverdachte 3] : ‘OK’

Uit de peilbakengegevens van de VW Polo met kenteken [kenteken 3] in gebruik bij [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] blijkt dat deze tussen 14.04 en 15.19 uur bij het [locatie 3] in Urmond is geweest.

Tussen 14.29 en 15.58 uur is er vier keer sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] . Om 15.49 belt [verdachte] uit naar [medeverdachte 2] . Een computerstem antwoordt dat het mobiele nummer niet bereikbaar is.

Om 16.01 uur sms-t [medeverdachte 3] [medeverdachte 5] :

[medeverdachte 3] : ‘we hebben hem. Is ok. Blaas alles maar af. We zien ons morgen.’

[medeverdachte 5] : ‘ok vriend. Gr.’

Tussen 18.19 en 21.16 uur stuurt [medeverdachte 2] een drietal sms-en naar [verdachte] :

‘Ik moet vroeg weg. ik kan beter bij lambrettam bij jou thuis stoppen om 8.30. oké’

‘Dus als ik ze zie kan ik dat zo zeggen dat ze zich geen zorgen over de aanbouw hoeven te maken?’

‘Ik moet morgen al vroeg weg. ik kan beter bij lambrettam bij jou thuis stoppen om 8.30. oké?’

Tussen 21.17 en 21.22 is er een sms-wisseling tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] :

[medeverdachte 2] : ‘Morgen ben ik er niet. Je kan met die ene contact op nemen eventueel. Gr.’

[…]

[medeverdachte 2] : ‘oké ben er zaterdag ook niet of laat middag’

[medeverdachte 5] : ‘Ok, dan hou ik even contact met jou vriend. Gr.’

Vervolgens probeert [medeverdachte 2] tussen 26 april 2012, 22.22 uur en 27 april 2012, 7.22 uur tot vier keer toe in contact te komen met [verdachte] .

Berichtenverkeer en ontmoetingen op 27 april 2012

Tussen 8.01 en 9.17 uur is er contact tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] :

[medeverdachte 2] : ‘ja van vroeger ook koffie en eten

[verdachte] : ‘U.lat bij de lamb.

[medeverdachte 2] : ‘bij jullie lambrettam in maas mechelen’

[verdachte] : ‘U.lat’

[medeverdachte 2] : ‘half negen’

[verdachte] : ‘ok’ ‘bij mij?’ ‘ben niet t’

[medeverdachte 3] heeft om 8.09 uur en 8.13 uur sms-verkeer met [verdachte] .

Om 10.55 uur stuurt [medeverdachte 3] een sms aan [medeverdachte 2] : ‘geef ff een seintje als je in de buurt bent? Ik ben niet thuis maar wel vlakbij. Gr’

Verder blijkt die dag dat er tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] sms-verkeer plaatsvindt. Uit de inhoud kan worden afgeleid dat men elkaar wil ontmoeten. Ook zijn er die middag en avond telefonische contacten tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] .

Berichtenverkeer op 28 april 2012

Die ochtend zijn er onderlinge telefonische contacten tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] .

SMS-verkeer tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] . Daaruit kan worden afgeleid dat er ’s maandags vermoedelijk een afspraak zal zijn en dat men van elkaar hoort.

SMS-verkeer tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Uit de berichtenwisseling kan worden afgeleid dat men elkaar wil ontmoeten bij ‘Haring’.

SMS-bericht van [medeverdachte 2] aan [verdachte] om 15.21 uur: [medeverdachte 2] wil [verdachte] morgen (29 april 2012) om 12 uur bij Lambrettam ontmoeten.

Die middag zijn er ook onderlinge telefonische contacten geweest tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] .

Berichtenverkeer op 29 april 2012

Uit sms-berichten tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] volgt dat zij elkaar om 12.10 uur willen ontmoeten.

Berichtenverkeer op 30 april 2012

[verdachte] en [medeverdachte 3] hebben die ochtend twee keer onderling contact.

[medeverdachte 5] vraagt om 10.59 uur aan [medeverdachte 3] : ‘vriend, hoe laat zien we je? Gr’ [medeverdachte 3] antwoordt om 11.01 uur: ‘ze zijn er mee bezig vandaag. Ik hoor het zsm. Dan hoor je van mij.’

Om 14.02 uur vraagt [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 2] : ‘toevallig nog iets gehoord?’

Om 14.56 meldt [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 3] : ‘Vriend het moet vandaag anders zijn we ze kwijt. Ze worden nerveus’.

[medeverdachte 3] antwoordt meteen: ‘ben je in de buurt? Ik moet iets zeggen’ en ‘ik wacht op antwoord’.

[medeverdachte 5] : ‘ik kan wel die kant op komen, ong 45 min hoekje’

[medeverdachte 3] ‘is nu zinloos. Wacht ff’

[medeverdachte 5] : ‘is vandaag wel iets aantoonbaar?’

[medeverdachte 3] : ‘nog niet’ ‘ik ben bang dat het pas morgen wordt. Ben niet zeker’

[medeverdachte 5] : ‘kan niet, MOET VANDAAG ivm vervolg’ en ‘kan niet, MOET VANDAAG ivm

vervolg. Morgen is te laat’

Om 15.20 uur sms-t [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 2] : ‘ben je thuis?’

Vervolgens neemt [medeverdachte 3] om 15.21 uur weer contact op met [medeverdachte 5] . Tot 15.46 uur wordt er over en weer gesms-t:

[medeverdachte 3] : ‘ik kan niemand bereiken. Ik ben de enige paraat’ en ‘ik rij nu naar onze gezamenlijke vriend’

[medeverdachte 5] : ‘zullen wij ook daarheen komen?’

[medeverdachte 3] : ‘Ok hoe laat?’

[medeverdachte 5] : ‘ong 45 min’

[medeverdachte 3] : ‘Ok. Weet niet of ie thuis is. Laat het je weten. Anders hoekje over 45min’.

[medeverdachte 5] : ‘Ok’

[medeverdachte 3] : ‘Blijf maar in jullie buurt. Ik en mijn vriend komen jullie kant uit. We moeten toch daar in de buurt zijn’

Om 15.48 uur vraagt [medeverdachte 2] aan [verdachte] : ‘Ik kom naar je toe. ben je thuis of eik?’

Tussen 15.59 en 17.57 uur sms-en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] elkaar weer. Afgesproken wordt bij Van der Valk in Urmond. Uit de berichtenwisseling is af te leiden dat [medeverdachte 3] daar rond 18.00 uur aankomt. Gelet op voorgaande concludeert het hof dat naast [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] ook [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] bij deze afspraak aanwezig zijn.

Om 20.00 uur ontvangt [medeverdachte 5] de volgende sms van [medeverdachte 3] : ‘hoe laat hoekje? Wordt woensdag’

Uit een sms-wisseling tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] volgt dat zij voor die avond een afspraak maken bij ‘hoekje’. Er is enige spraakverwarring hierover. [medeverdachte 3] geeft aan: ‘ja maar niks gaat door vandaag. Piet heeft afgezegd want wordt woensdag. Hoekje gaat wel door om 21.’

Uit de zendmastgegevens blijkt dat de telefoon in gebruik bij [medeverdachte 5] op 19.56 en 20.20 uur een zendmast aanstraalt te Valkenswaard (in de omgeving van de horecagelegenheden die worden aangeduid als ‘hoekje’).

Ook is er die avond (30 april 2012) omstreeks 21.13 uur nog (telefonisch) contact geweest tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] .

Op 1 mei 2012 is er tussen 10.26 en 11.41 uur 8 keer onderling contact tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] .

Op 2 mei 2012 bericht de Belgische Douane dat de container HASU 4001697 gescand moet worden.

Op 2 mei 2012 heeft [medeverdachte 2] sms-verkeer met [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] . Men wil elkaar kennelijk ontmoeten. Ook blijkt uit de historische telecom verkeersgegevens dat er telefonische contacten zijn geweest tussen de telefoons in gebruik bij [medeverdachte 3] en [verdachte] .

Om 20.44 uur vraagt [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 3] : ‘en vriend hoe lang nog?’.

Om 20.46 uur sms-t [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 1] : ‘vriend bel me effe’.

Om 20.50 uur antwoordt [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 5] : ‘ze zijn nog bezig. Laat het je zo weten’.

Om 20.56 sms-t [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 2] : ‘vriend is grijze nog bij jou’

Om 21.09 uur sms-t [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 3] : ‘als het nog lang duurt dan gaat ie. En als ie met lege handen gaat is een kans dat afgelopen is. En is mijn vriend ook bij jou?’ [medeverdachte 3] : ‘ja hij vertrekt nu’.

Om 22.31 uur sms-t [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 1] wederom: ‘vriend bel me effe’.

Om 23.29 uur is er een telefoongesprek tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] . [medeverdachte 1] vertelt dat hij de hele dag onderweg is geweest en dat hij nu pas thuis is. Hij had zijn telefoon thuis laten liggen. [medeverdachte 1] vertelt dat hij net door [medeverdachte 5] thuis is afgezet en dat zijn auto nog bij [medeverdachte 5] staat. [medeverdachte 1] was vanmorgen als om 8.00 uur bij [medeverdachte 5] en ze zijn met de auto van [medeverdachte 5] weg geweest.

Uit de mastlocatie blijkt dat de telefoon in gebruik bij [medeverdachte 5] zich om 20.44 uur in de buurt van het [locatie 3] te Urmond bevindt. Uit de opgevraagde camerabeelden van dit [locatie 3] blijkt dat [medeverdachte 5] die dag aldaar rond 19.00 uur een ontmoeting heeft gehad met een onbekende man van buitenlandse afkomst en van ongeveer 21.20 tot 22.25 uur met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en die onbekende man van buitenlandse afkomst.

Uit deze gang van zaken leidt het hof, met de rechtbank, in onderling verband en in samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen, af dat de contacten tussen [verdachte] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] te maken hebben met de aankomst van de container HASU 4001697.

Op 3 mei 2012 wordt door de Douane Remant een mail verstuurd naar [betrokkene 2] van de expediteur [bedrijf 6] die in opdracht van [bedrijf 3] de inklaring van deze container verzorgt. In de onderwerp regel van deze mail was aangegeven dat de goederen waren vrijgegeven. Deze mail heeft betrekking op de goederen in de HASU 4001697.

Die avond (3 mei 2012) wordt er een ontmoeting geobserveerd in Herberg De Scheutert te Leende tussen [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 6] en een hem begeleidende man. Gehoord werd dat men het over ‘douane’ en ‘container’ had.

Daarna wordt er een ontmoeting geobserveerd tussen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] in restaurant La Fortuna. Uit deze gang van zaken leidt het hof, met de rechtbank, in onderling en samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen, af dat het gesprek met [medeverdachte 6] werd teruggekoppeld aan [medeverdachte 2] .

Uit de vrijgave van de container HASU 4001697 op 3 mei 2012 kan afgeleid worden dat er niets ‘strafbaars’ is aangetroffen in die container. De politie concludeert dat het dus om een proefzending moet zijn gegaan. Het hof, met de rechtbank, overweegt echter dat het heel wel mogelijk is dat er wel degelijk tussen de travertin tegels cocaïne is ingevoerd. Het hof baseert dit op het volgende afgeluisterde gesprek van 20 februari 2013 tussen [medeverdachte 3] , [medeverdachte 15] en [medeverdachte 14] , waaruit is af te leiden dat de cocaïne uit de container is gehaald voordat deze door de scan ging. Dat het om cocaïne gaat leidt het hof in onderling verband en in samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen in zaaksdossier 2 af.

[medeverdachte 3] Toen die Dominicanen afleverden toen die keer, weet je nog?

[medeverdachte 14] Ja

[medeverdachte 3] Op EFK (…)

[medeverdachte 14] Maar dat was ook een fysieke, dat was ook een fysieke scan. ‘Heb ik er uit gehaald’

[medeverdachte 15] Ja

[medeverdachte 3] Hoe?

[medeverdachte 14] Toen was er ook een fysieke scan. Scan.

[medeverdachte 15] Daar is het leeg ingegaan… Het is er niet vol ingegaan maar leeg. Jullie hebben EFK leeg de fysieke scan in laten gaan.

[medeverdachte 14] Was het EFK?

[medeverdachte 3] Ja

[medeverdachte 14] Ik weet het niet meer.

[medeverdachte 3] Jawel, ja EFK

[medeverdachte 15] Dus, er is , iets een ..uh.. tegels.

[medeverdachte 14] Oh, ja ja ja , de, de partij, klopt, de partij tegels, dat klopt, dat klopt.

In voormeld OVC gesprek wordt tevens gesproken over ‘ [medeverdachte 20] ’. ‘ [medeverdachte 20] is besmet’ ‘daarom hebben ze die badge afgenomen’. De politie onderbouwt gemotiveerd dat met ‘ [medeverdachte 20] ’ of ‘streep’ douane medewerkers worden bedoeld. Het meest in het oog springende is dat de mededeling ‘ [medeverdachte 20] staakt’ strookt met een min of meer gelijktijdige staking van de Antwerpse Douane. Het hof, met de rechtbank, neemt deze conclusie over en maakt deze tot de zijne.

Tweede container SUDU 6710420

De tweede container die door [medeverdachte 22] was besteld bij het Dominicaanse bedrijf Inversiones Grammy werd op 3 mei 2012 vanuit [bedrijf 2] middels de container SUDU 6710420 verzonden naar de haven van Caucedo in de Dominicaanse Republiek. Deze container was wederom bestemd voor EFK en was eveneens geladen met Travertin Tegels. Hij vertrok op 6 mei 2012 en kwam in Antwerpen aan op 22 mei 2012.

Uit de interceptie van telecomgegevens en uit historische verkeersgegevens blijkt dat er op 7 mei 2012 onderlinge contacten zijn geweest tussen de telefoons in gebruik bij:

[medeverdachte 3] - [verdachte]

[medeverdachte 2] - [verdachte]

[medeverdachte 1] - [medeverdachte 5] .

De relevante gegevens zijn hieronder weergegeven. Afgeleid kan worden dat er een afspraak is die verschoven wordt naar de volgende dag (8 mei 2012) om 11.30 bij ‘hoekje’.

[medeverdachte 1] vertelt op 7 mei 2012 om 15.49 uur (in een afgetapt telefoongesprek) dat hij met [medeverdachte 16] in Antwerpen is.

[medeverdachte 1] belt om 20.14 uur met [medeverdachte 5] . [medeverdachte 1] vraagt of [medeverdachte 5] nog wat gehoord heeft. [medeverdachte 5] zegt ja. Ben je er geweest, vraagt [medeverdachte 1] . Nee zegt [medeverdachte 5] . Morgen, vraagt [medeverdachte 1] . Ja zegt [medeverdachte 5] . Hoe laat vraagt [medeverdachte 1] . Een uur zegt [medeverdachte 5] . Laten we het dan morgen 12 houden zegt [medeverdachte 1] . Ja is goed, dat moet zeker zijn ja want we moeten een uurtje rijden, zegt [medeverdachte 5] .

Tussen 20.13 en 20.21 is er de volgende sms-wisseling tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] :

[medeverdachte 2] : ‘hallo waar ben je? Je hebt een afspraak vanavond om 20.00 uur. Heb je nieuws?’

[medeverdachte 3] : ‘alles ok’ en ‘afspraak’

[medeverdachte 2] : ‘Jij hebt dat gemaakt! Maar hoe laat morgen en waar. Neem contact met onze vriend op aub. Gr’.

[medeverdachte 3] : ‘OK’.

Vervolgens sms-t [medeverdachte 3] om 20.22 uur [medeverdachte 5] : ‘morgen 11.30 uur hoekje’. Waarna [medeverdachte 5] antwoordt: ‘OK’. (Uit eerdere afspraken is duidelijk geworden dat met ‘hoekje’ 2 horecagelegenheden in Valkenswaard worden bedoeld.) Daarop belt [medeverdachte 5] met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 5] zegt dat het morgen een uurtje eerder zal zijn. Het wordt rond half elf bij [medeverdachte 1] . Een uurtje eerder zegt [medeverdachte 1] , is goed, half elf ben je bij mij, is goed.

Om 22.30 uur sms-t [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 5] : ‘ik ben in de late middag bij pannekoeken grind vijver. Exact hoe laat geef ik nog door. Rond half zes wordt het. Gr of ander optie om 09.30 bij mij?

[medeverdachte 5] antwoordt: ‘Hebben al een afsp met je vriend om 11.30 hoekje’

[medeverdachte 2] ‘Volgens mij kan ik wer ook zijn.Gr’

[medeverdachte 5] ‘Oke tot dan. Gr’

De telefoon van [medeverdachte 1] straalt op 8 mei 2012 om 11.21 uur een mast te Valkenswaard aan en die van [medeverdachte 5] om 12.11 uur.

Op basis van vorenstaande concludeert het hof dat er op 8 mei 2012 in Valkenswaard een ontmoeting heeft plaatsgevonden tussen (in elk geval) [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] .

Op 9 mei 2012 hebben [medeverdachte 3] en [verdachte] tussen 10.51 en 12.25 uur, 14 keer onderling contact.

Sms-verkeer op 9 mei tussen [medeverdachte 2] enMelis:

10.58 uur [verdachte] : ‘G.morgen ben om 16.30thuis of om 19.u’

11.00 uur [verdachte] : ‘i.v.met fotos 2.z. Klar’

11.04 uur [medeverdachte 2] : ‘Ben onderweg weet het nog niet zeker, Laat je nog weten. Anders wie ik je om negen vanavond in op. ?’

11.06 uur [verdachte] : ‘OK’

20.02 uur [verdachte] : ‘Ik ga nu terug ik ben kort bij thuis 20.45 ben ik dar’

20.03 uur [medeverdachte 2] : ‘Ok ik rij nu bij’

20.04 uur [verdachte] : ‘OK’
Op 10 mei 2012 is er sms-verkeer tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] :
09.40u 275 G.morgen. Heb je mijn text gehad van gister ?

09.49 276 Ja vriend, ik regel dat zsm. Tot snel.
Op 10 mei 2012 om 11.07 stuurt [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 5] een sms: ‘zien we elkaar nog.’
Uit historische verkeersgegevens blijkt dat op 10 mei 2012 er tussen 11.18 uur en 11.43 uur zes keer onderling contact is geweest tussen het telefoonnummer van [medeverdachte 3] en dat van [verdachte] .
Om 11.47 uur stuurt [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 5] een sms: ‘Mijn vriend staat te wachten van hoekje, Je reageert niet zegtie’.
[medeverdachte 5] stuurt [medeverdachte 3] om 12.12 uur het volgende bericht: ‘Hoop t wel, zijn aan het wachten. Je hoort zo snel mogelijk van me. Gr’.
[medeverdachte 3] antwoordt om 12.12 uur met ‘OK’.
[medeverdachte 3] 15.12 uur: ‘wat is jullie plan vandaag’
[medeverdachte 5] 15.17 uur: ‘zo gauw wij iets horen, jou een tijd doorgeven. Dan zien we ons in hoekje. Kleine is ook aan t wachten’. (opmerking hof: met ‘kleine’ wordt [medeverdachte 6] bedoeld.)
Tussen 16.36 en 16.43 uur is er vijf keer en omstreeks 20.26 uur één keer contact geweest tussen het telefoonnummer van [medeverdachte 3] en dat van [verdachte] .
Tussen 20.31 en 20.52 is er de volgende sms-wisseling tussen [medeverdachte 2] en [verdachte]:
[verdachte] : ‘Alo u is met jou vriend 2. Fotos z. Klar en nu woord ik nieks’
[medeverdachte 2] : ‘ik heb het door gegeven. […]
[verdachte] : ‘mar vande andere inf. Ok nieks en asprak was wonsdag mijn vriend zij niet bl. ik op dat morgen is ?’
[medeverdachte 2] : ‘Ja ik ook. Maar moeten toch een beetje begrip hebben. Laten we het even zo laten vriend tot morgen aub gr.’
[verdachte] : ‘Ja ik wel jou vriend ha tafel het bl. 100.p. Wonsdag ik op dat morgen vor 16.u’
De volgende dag 11 mei 2012 is er tussen 11.23 en 12.43 uur de volgende sms-wisseling tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] :
[medeverdachte 2] : ‘laat over 45 min wat weten’
[verdachte] : ‘Voor de fot s of voor de info’
[medeverdachte 2] ‘Voor beide denk ik tot zo’
[verdachte] : ‘Mut ik kom nu’
‘Mut ik kom ik ben nu in eik bena’
‘Kom je hok’.
Diezelfde dag wordt er rond 12.30 uur een ontmoeting tussen [medeverdachte 5] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] in [locatie 5] in Valkenswaard geobserveerd.
Op 12 mei 2012 wordt er door [medeverdachte 2] en [verdachte] tussen 14.22 en 14.58 uur per sms een afspraak voor een ontmoeting gemaakt voor foto’s, info en schilderij:
[verdachte] : ‘G.middag. Wanner heb jij die foto’s eigenlijk’
‘Ik heb al en de inf is of niet’
[medeverdachte 2] : ‘Vandaag nog niks gezien. Wanneer zie ik die foto’
[verdachte] : ‘Kom je nar lim’
[medeverdachte 2] : ‘Eik kan om 1500?’
[verdachte] : ‘OK’
[medeverdachte 2] : ‘Ik kan stoppen om half vier voor schilderij bij pomp toren ITTERVOORT’
[verdachte] : ‘Bij de kerken’
[medeverdachte 2] : ‘Ok maar ben iets later’
[verdachte] : ‘Ik ben er was tog om 15.u ik bezok thuis’
[medeverdachte 2] : ‘Ik ben er 15.10 ?’
Op 12 mei 2012 om 16.41 uur is er het volgende telefoongesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5]:
[medeverdachte 5] : ‘ik heb bericht gehad van die van Eindhoven. Die had het schilderij van mij klaar’
(…)
[medeverdachte 5] : ‘Ik heb hem nog gebeld en gevraagd of het nog vandaag moet, nee, had hij gezegd, is niet erg ik ben al weg, maar we zijn met klem aan het wachten op dat andere …. ja dat snap ik’.
[medeverdachte 1] : ‘ja’
[medeverdachte 5] : ‘en net krijg ik een berichtje van die kleine, die is weer terug en die laat mij zo snel mogelijk wat weten, want die ging er meteen achteraan en daar ben ik nu nog op aan het wachten.’
[medeverdachte 1] : ‘ja, ja’
(…)
Om 17.00 uur belt [medeverdachte 5] [medeverdachte 1] op en zegt dat hij online moet gaan, ‘dan krijg je die kleine eraan’. Met ‘de kleine’ wordt aldus het proces-verbaal van politie [medeverdachte 6] bedoeld en met online een skypegesprek.
Uit historische verkeersgegevens van het nummer in gebruik bij [medeverdachte 3] blijkt dat op 12 mei 2012 omstreeks 17.04 uur en 18.26 uur contact is geweest tussen dit nummer en het telefoonnummer in gebruik bij [verdachte] .
Voorts is op 12 mei 2012 om 17.38 het volgende telefoongesprek getapt. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] maken een afspraak voor de daaropvolgende maandag, zijnde 14 mei 2012. Het hof gaat er van uit dat deze afspraak tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] gemaakt wordt naar aanleiding van het skype-overleg dat [medeverdachte 1] met [medeverdachte 6] heeft gehad.
[medeverdachte 5] : ‘En, heb je gered?’
[medeverdachte 1] : ‘maandag’
[medeverdachte 5] : ‘kan ik dat doorgeven?’
[medeverdachte 1] : ‘ja’
[medeverdachte 5] ‘is dat 100 %?’
[medeverdachte 1] ‘ja’
[medeverdachte 5] ‘dan weet ik genoeg’
[medeverdachte 1] ‘ik zie je maandag sowieso’
[medeverdachte 5] ‘is goed vriend, tot dan’
[medeverdachte 1] ‘wanneer kom je terug, zondag of maandag?’
[medeverdachte 5] ‘maandag, maandagmorgen’
[medeverdachte 1] ‘maandagmorgen beetje bij de tijd?’
[medeverdachte 5] ‘mmm, ja’
[medeverdachte 1] ‘is goed dan zie ik je maandagmorgen’
[medeverdachte 5] ‘of ehhh, moet het eerder?
[medeverdachte 1] ‘neen, neen, maar maandagmorgen, als je maandagmorgen dan is het goed’
[medeverdachte 5] ‘reken maar op een uur of 11’
[medeverdachte 1] ‘is goed, ik vind het prima’
[medeverdachte 5] ‘oke dan zie ik je maandag’.
Op maandag 14 mei 2012 hebben [medeverdachte 3] en [verdachte] tussen 9.26 uur en 23.36 uur 30 keer telefonisch contact.
Om 9.15 uur die dag stuurt [verdachte] de volgende sms naar [medeverdachte 2] : ‘G.morgen mut zegen tegen di mensen dat donderdag en vreidag er is nazional fest dag en mut vondag kom de inf. Anders is en problem?’
Om 11.45 stuurt [medeverdachte 2] de volgende sms naar [medeverdachte 5] : ‘Kan je direct met mijn vriend contact opnemen vandaag als je nieuws hebt. Het is Urgent. Doen moeilijk en niet te vergeten snipper weekend. !!!’
Opmerking hof: donderdag 17 mei 2012 was Hemelvaart, hetgeen een nationale feestdag in België is.
Even later (11.49 uur) ontvangt [medeverdachte 5] ook een sms van [medeverdachte 3] : ‘Hoe laat weet je iets. Zomaar wachten is niet meer genoeg’.
[medeverdachte 5] antwoordt (om 11.58 uur) : ‘zal m nu weer bericht sturen, geef je zo antwoord’
en om 12.10 uur: ‘Die kleine is ook aan het wachten hoe laat ie t kan ophalen, maar zeker vandaag.zo gauw die heeft krijg ik tijd hoekje’.
Op 14 mei 2012 sms-t [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 5] om 13.54 uur ? ik wil van schilderijtjes af.Restauratie bfi,belangrijk voor me.!
Op 14 mei 2012 vindt er een observatie plaats. Om 14.52 uur worden [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gezien. Zij komen al pratend uit een Gulf tankstation te Veldhoven.
Tussen 16.15 uur en 16.42 uur is er de volgende sms-wisseling tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] :
[verdachte] : ‘En nieuws van de inf.’ en ‘Ben thuis ik ben bij jou in de b. rond 17.u
[medeverdachte 2] : ‘ja ben thuis. Wacht op je’
[verdachte] : ‘nu’
[medeverdachte 2] : ‘Oke ik ben thuis’
Omstreeks 17.03 uur wordt de Audi A3, voorzien van het Belgische kenteken [kenteken 2] in gebruik bij [verdachte] bij de woning van [medeverdachte 2] aan [adres 3] te Leende gezien. Omstreeks 17.29 uur wordt gezien dat deze Audi A3 en een witte Mini Cooper met twee inzittenden het parkeerterrein van de [bedrijf 5] , gevestigd aan de [adres 4] te Leende oprijden. Bij het onderzoeksteam is bekend dat de partner van [medeverdachte 3] destijds in het bezit was van een Mini Cooper. [medeverdachte 3] was al eerder, tijdens een observatie van 11 mei 2012, in een Mini Cooper gesignaleerd. Verder werd gezien dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] met de VW Polo kenteken [kenteken 3] over de Dorpsstraat te Leende reden.
Het hof leidt hier uit af dat er op 14 mei 2012 een ontmoeting heeft plaatsgevonden tussen [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] .
Vervolgens is er tussen 19.49 uur en 21.05 uur de volgende sms-wisseling tussen [medeverdachte 2] en [verdachte]:
[verdachte] : ‘Kunt di foto mij nimen nar mij vriend als vor di auto gat.’
[medeverdachte 2] : ‘Andere foto is nog bij kennis moet ik die eerst ophalen.’
[verdachte] ” ‘als mij nimen lat dar bij mij v’
[medeverdachte 2] : ‘Bedoel je dat ik die van hem op moet halen en jouw terug geven’
[verdachte] : ‘ja als dat kan ja ik terug geven of anders morgen’
[medeverdachte 2] : ‘nee ik ga het nu ophalen als het kan en ik zie je bij nieuwe kever’
[verdachte] : ‘ik ben nu weg ik kan niet b’
Om 21.06 sms-t [medeverdachte 2] [medeverdachte 5] : ‘kan ik je bij grindvijver nog even zien en breng schilderij mee’. Meteen daarop (21.08 uur) neemt [medeverdachte 2] weer contact op met [verdachte] . De volgende sms-wisseling is van 21.08 tot 21.31 uur:
[medeverdachte 2] : ‘Moet ik foto bij kever laten of wat bedoel je nu’
[verdachte] : ‘gat vor di auto of niet lat die, fot dar’
[medeverdachte 2] : ‘Ja ik ga bij hem langs en laat foto daar?’
[verdachte] : ‘ok u kat ben dar’ en ‘u lat ben dar’
[medeverdachte 2] : ‘Weet ik nog niet. Ik moet nog hier en daar zijn.En langs foto graaf. Ik laat het zo weten’
[verdachte] : ‘Di mensen mut werk morgen ik ben 21.45 bij hem’
[medeverdachte 2] ‘man ik kan nog niet. Ik moet nog een werken en dan kan ik om elf pas daar zijn anders mogen maar ik hoor fotgraaf ook nog niet ?’
[verdachte] : ‘OK’
Uit historische verkeersgegevens blijkt dat het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 3] op 15 mei 2012 tussen 7.54 en 13.21 uur 15 keer contact heeft gehad met het telefoonnummer in gebruik bij [verdachte] .
Tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] is er tussen 9.22 en 10.55 uur de volgende sms-wisseling:
[verdachte] : ‘Pac mut tot lat werk kom pas vondag’, en
‘U is met inf. Komt vondag nog wat mut nog denk de mens’
[medeverdachte 2] : ‘We zien die mens zo. Ff wachten.
[verdachte] : OK.
Met ‘Pac’ wordt ‘ [medeverdachte 19] ’ bedoeld. Uit het proces-verbaal van bevindingen dat als bijlage 2 is opgenomen in het persoonsdossier van [medeverdachte 14], blijkt onder andere dat [medeverdachte 14] de bijnaam ‘ [medeverdachte 19] ’ heeft. Uit het (ook hierna aangehaalde) OVC gesprek van 20 februari 2013 blijkt dat [medeverdachte 14] ook betrokken was bij de invoer van deze container.
Uit de peilbakengegevens blijkt dat de Polo [kenteken 3] in gebruik bij [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] op 15 mei 2012 van 11.00 tot 11.30 op het [adres 5] (=woonplaats [medeverdachte 2] ) is. Het vermoeden dat zowel [medeverdachte 5] als [medeverdachte 1] in die auto zaten, wordt versterkt door een telefoongesprek van [medeverdachte 5] dat hij rond 11.24 uur met een derde voert waarin hij aangeeft dat ‘ze’ nu vanuit Eindhoven vertrekken.
Rond 20.49 uur geeft [medeverdachte 5] in een telefoongesprek aan zijn partner Mariette aan dat hij het morgen en overmorgen druk heeft. Mariette zegt het is donderdag een feestdag (Hemelvaart) waarop [medeverdachte 5] zegt voor hem niet.
In de ochtend van 16 mei 2012 is er sms-verkeer tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] . Ook is er de volgende sms-wisseling tussen [medeverdachte 2] en [verdachte]:
[verdachte] : ‘Ok mut bellen want er is nazional festdag’
[medeverdachte 2] : ‘Sorry kan nu pas antw..Vriend kan niet meer doen dan afwachten meer. Gr.
Op 16 mei 2012 is er telefonisch contact geweest tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] om 11.27 en 11.57 uur.
Op 16 mei 2012 om 11.31 uur zitten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] in de VW Polo [kenteken 3] . [medeverdachte 1] zegt: ”Hij is later. Nijmegen-Eindhoven file 3 kilometer”. Er wordt gesproken over ‘De Valk’. Om 11.54 uur zegt [medeverdachte 5] : ”Het is woensdag vandaag. Ik leg even alles weg. Eens even kijken. Meenemen deze voor als die zou bellen of sms’en, voor die kleine”. Uit de peilbakengegevens van de VW Polo blijkt dat deze tussen 11.57 en 12.38 uur in de buurt is van [locatie 2] te Valkenswaard.
Tussen 12.30 en 12.40 uur is er vijf keer telefonisch contact geweest tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] .
Om 12.44 uur hebben [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] in de VW Polo een gesprek: [medeverdachte 5] : ‘als we een half uur gewacht hadden dan was het goed geweest’. [medeverdachte 1] : ‘kijk aan de ene kant, wij staan aan die kant, die kale aan die kant (…) Ik weet zeker (…) dat hij zich ook niet lekker moet voelen met dat hele … En om nu weer af te zeggen van ja nee het wordt toch maandag (…). Het is gewoon allemaal kut. Hun hadden gewoon die jongen, hij zei tegen mij je had het al donderdag gekregen.
Om 13.30 uur zegt [medeverdachte 5] tegen [medeverdachte 1] : ‘meteen pakken en wegwezen’. [medeverdachte 1] antwoordt: ‘ik wil nog geen koffie’. Even later zegt [medeverdachte 1] : ‘o hier is het, 16’.
In relatie met de peilbakengegevens van de VW Polo [kenteken 3] kan vastgesteld worden dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] in Nijmegen zijn bij de [adres 6] 16, zijnde het woonadres van [medeverdachte 6] .
Om 13.46 uur zegt [medeverdachte 5] tegen [medeverdachte 1] dat de navigatie aangeeft dat ze er om 15.15 uur zijn.
[medeverdachte 5] zegt om 14.02 uur: ‘als we dit afgegeven hebben, dan eten we wat’.
Om 14.56 uur zegt [medeverdachte 5] : ‘nu hoop ik dat die spaghetticowboy op tijd is’.
[medeverdachte 1] : ‘wat heeft die, een oude Audi he?’.
[medeverdachte 5] : ‘ja een Belgische Audi’.
Uit de peilbakengegevens van de VW Polo [kenteken 3] in gebruik bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] blijkt dat deze rond 15.00 uur op de hoek van de nieuwe Postbaan en de Mauritslaan te Urmond is waar het [locatie 3] te Urmond is gelegen.
Op de opgevraagde bewakingscamerabeelden van [locatie 3] Urmond is te zien dat [medeverdachte 5] rond 15.00 uur een gele envelop overhandigt aan iemand die sterke gelijkenis vertoonde met [verdachte] .
Via de OVC van de VW Polo is rond dat tijdstip het volgende gesprek opgevangen.
[verdachte] : “moeten altijd die gesloten enveloppen zijn, nooit open”.
[medeverdachte 5] : ”ja, hun hebben nagekeken, hun moesten het nummer hebben”.
[verdachte] : ”he?”
[medeverdachte 5] : “hun moesten het nummer hebben”
[verdachte] : ”welk nummer”
[medeverdachte 5] : “van de boot. Dat moeten ze …. doorgeven daar”
[verdachte] : ”dat moeten ze normaal nooit doen, want dan gaan ze met de computer nachecken hoe laat dat is en dat allemaal”.
[verdachte] : “Maar tegen die jongens zeggen: Niet naar kijken he”
[medeverdachte 5] : “Nee”
[medeverdachte 1] : ”Nee, nee, nee, nee”
[verdachte] : “Dan weten we dat die gaat he. Want dan kennen ze precies zien hoe eh…”
[medeverdachte 5] : “Waarom ze daar naar kijken”
[verdachte] : ”Ja”
[medeverdachte 5] : ”Valt op, ja”
[verdachte] : ”Dan moet ie opletten he”
[medeverdachte 5] : ”Ja, dat weten we wel”
[verdachte] : “Denk erom, dan moet ie niet eh, geen flauwekul”
[medeverdachte 5] : “Jongens eh, komt goed Mario”
[medeverdachte 1] : “We horen van je”
Het hof, met de rechtbank, concludeert dat met ‘de spaghetticowboy’ [verdachte] wordt bedoeld, nu deze van Italiaanse afkomst is en in een Belgische Audi rijdt. Voorts vertoont de persoon die op de beelden gezien is een sterke gelijkenis met [verdachte] en blijkt uit het proces-verbaal stemherkenning [verdachte] dat de stem van [verdachte] herkend wordt.
Op basis van deze gang van zaken concludeert het hof, met de rechtbank, dat [verdachte] kennelijk zat te wachten op documenten en dat hij over het uitblijven van deze documenten contact had met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , die op hun beurt weer afhankelijk waren van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] . Uit deze gang van zaken blijkt voorts dat deze documenten afkomstig zijn van [medeverdachte 6] en op 16 mei door [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] bij [medeverdachte 6] in Nijmegen zijn opgehaald en vervolgens door hen bij het [locatie 3] te Urmond zijn overhandigd aan [verdachte] . Gezien het gebruik van de woorden ‘nummer’, ‘gesloten enveloppen’, ‘boot’, ‘computer nachecken’ en ‘info’ – en de overige gang van zaken waaronder de wijze van contact leggen en opereren in onderling verband en samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen concludeert het hof dat in de gele envelop documenten aanwezig waren die benodigd waren voor het inklaren van de container, die gelost zou worden in de haven te Antwerpen. Hoewel de officiële lading bestaat uit travertin tegels, blijkt uit de omslachtige en verhullende gang van zaken (de communicatie is soms dermate verhullend dat verdachten moeite hebben elkaar te begrijpen) dat de officiële lading enkel als deklading functioneerde voor een illegale lading, zijnde -gelet op de overige bewijsmiddelen- cocaïne.
Na de ontmoeting tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] is er tussen 15.44 en 21.40 zes keer contact tussen het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 3] en het telefoonnummer in gebruik bij [verdachte] .
[medeverdachte 1] maakt een afspraak met René [betrokkene 5] om elkaar te ontmoeten bij [betrokkene 5] thuis. In een tapgesprek tussen hen beiden om 15.21 uur deelt [medeverdachte 1] mee dat hij er met twintig minuten een half uur is. Daarbij zegt [medeverdachte 1] onder andere: “dan zie ik je bij jou thuis”. De Polo staat van 16.00 uur 18.30 uur op de [adres 14] te Landgraaf, (nr. 52 is de woning van [betrokkene 5] ). Dit blijkt uit de peilbakengegevens van het peilbaken dat is geplaatst onder de door [medeverdachte 1] in gebruik zijnde VW Polo met kenteken [kenteken 3] . Na deze ontmoeting zitten [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] weer in de Polo. [medeverdachte 1] belt met zijn ‘dushi’ (waarschijnlijk [betrokkene 4] ) en zegt dat hij net bij René is geweest en dat John er ook is.
Het gesprek tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] gaat over iets dat kennelijk niet helemaal goed is gegaan:
[medeverdachte 1] Je kunt niets meer veranderen aan de hele zaak. Dat kunnen we wel de tweede dingen doen. Luister, hij heeft er met zijn neus bovenop gezeten.
[medeverdachte 5] Ja heeft toch ook bij die bespreking gezeten met die…
[medeverdachte 1] Bovenop
[medeverdachte 5] Je kunt toch niet achteraf aan Hans gaan vertellen….
[medeverdachte 1] En je kunt toch ook niet die strepen dan weer dingen af gaan pakken.
[medeverdachte 5] kijk, we moeten blij zijn dat het goed gaat. En daarna als er zoveel komt, ouwhoer, waar maak je je dan nog druk om.
[medeverdachte 1] : En dan ben ik er ook helemaal voor voor dat van die gasten voor mijn part af te pakken, interesseert mij ook niet
[medeverdachte 5] : dat zou ik pas de tweede keer doen. Ik zou de eerste keer een keer goed laten gaan want dan hebben hun ook weer goed gebeurd en dan hebben ze wat minder moeite mee denk ik..
Rond 21.00 zitten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] weer in de VW Polo [kenteken 3] . [medeverdachte 1] geeft aan dat de kleine hen morgen wil zien.
[medeverdachte 5] Ja?
[medeverdachte 1] Ja, ja, die heeft een bericht gestuurd. Ja want die wil per se ook naar die platen kijken, waar dat komt.’
[medeverdachte 5] Ja maar dat redt die morgen toch niet, dan is alles dicht.
Dat moeten we aan die kale vragen.
Op 17 mei 2012 rond 01.00 uur zitten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] weer of nog steeds in de VW Polo [kenteken 3] . [medeverdachte 1] zegt dat hij denkt dat morgen de kleine belt. Ook heeft de kale nog gebeld. Die moet nog naar Amsterdam. De kale die heeft die Mario….
Op 17 mei 2012 stuurt [medeverdachte 5] om 01.12 uur de volgende sms naar [medeverdachte 3] : ‘Alles ok vriend, Is geregeld. Gr.’
Om 12.15 uur belt [medeverdachte 1] René [betrokkene 5] en zegt dat ze bij hem staan. Het peilbaken van de Polo geeft aan dat deze zich bevindt op de [adres 14] te Landgraaf (zijnde de woning van [betrokkene 5] ).
Op 17 mei 2012 om 12.54 uur stuurt [medeverdachte 5] een bericht naar [medeverdachte 3] : ‘Vriend hoe vroeg kun je morgen hoekje? Gr’. Diezelfde ochtend is er ook vijf keer contact tussen het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 3] en het telefoonnummer in gebruik bij [verdachte] .
De volgende dag 18 mei 2012 blijkt uit de OVC dat [medeverdachte 5] rond 9.45 uur weer in de VW Polo [kenteken 3] 6 zit. De Polo bevindt zich dan volgens het peilbaken weer op de Leenderweg te Valkenswaard (tot 11.12 uur).
Om 17.31 uur zitten [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] samen in de Polo. [medeverdachte 5] vraagt of René die tegels nog moet zien. [medeverdachte 1] zegt dat hij weet hoe die tegels er uit zien.
De VW Polo [kenteken 3] is op 19 mei 2012 tussen 9.50 uur en 11.18 uur in de buurt van Eindhoven, Son en Breugel en Heeze-Leende.
[medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] zitten dan in deze Polo en hebben om 9.50 uur een gesprek.
[medeverdachte 5] “Vraag je hem dat dadelijk weer?”
[medeverdachte 1] “Wat”
[medeverdachte 5] “Van die prijs.”
[medeverdachte 1] “Ja ja”
[medeverdachte 5] : “Zal toch vanavond moeten komen.”
[medeverdachte 1] “Hij kan ook volgens mij voor eenendertig zijn.”
(…)
[medeverdachte 1] “Ja die kale gaf niet graag dat uhh dingetje prijs.”
[medeverdachte 5] “Nee ja ik weet ook waarom.”
“Omdat ze daar meer dingen ontvangen.”
“Je bent toch iets aan het bouwen dat vertrouwen moet opwekken.”
(…)
[medeverdachte 1] “Laten we een beetje de kat uit de boom kijken. Het ene is nog niet binnen of hij (opmerking hof: bedoeld wordt ‘Rene’) wil het volgende al pakken.”
Om 10.50 uur hebben ze het over de kleine:
[medeverdachte 5] “Dan heb je geld te weinig.”
[medeverdachte 1] “Ja daarvoor moesten we toevallig …ntv… wachten.”
[medeverdachte 5] “Ja moeten we op hem wachten?”
[medeverdachte 1] “Ja tuurlijk. Je moet begrijpen hij wordt ook gepusht van alle kanten.”
[medeverdachte 5] “Die kleine ja.”
[medeverdachte 1] “Die kleine ja.”

10.53 uur:
[medeverdachte 5] “Die kale die daar, die lult ook.
Hij rijdt nu achter ons aan.”
[medeverdachte 1] “Zoals het nu geregeld is, hebben we geen risico.
Dat bedrijf dat weet ik wel, daar zie ik niets van. Als dat weg is dan krijgen hun de schuld.”
[medeverdachte 5] “Dat niet weer.
Is het toch geregeld dan…ntv.. ik wel de goeie… nee dinge gaat toch mee?”
[medeverdachte 1] “Ja maar maar maar, eerst gaat er een auto naar bedrijven dan uhh, als er dan niets gebeurt dan uhh, dan gaan wij daar heen.”
(…) over onkosten:
[medeverdachte 1] “Vergeet niet dat ik ook met René naar dinge ben geweest. Dat heeft ons weliswaar alleen de vlucht en het [locatie 3] gekost.
Ja nou heb ik die ene, die tweede keer dat ik hier was, hebben ze dat wel… van die avond … hebben dat ticket betaald.
Maar het was toch eigenlijk de bedoeling dat ik in contact zou komen. Dat is dan een voordeeltje, maar ja, ik heb hier meer dan twee maanden rondgehangen.”
Uit de stempels in de paspoorten van [medeverdachte 1] en [betrokkene 5] blijkt dat ze van 30 januari 2012 tot 2 februari 2012 in de Dominicaanse Republiek zijn geweest.
Vervolg van gesprek in VW Polo [kenteken 3] op 19 mei 2012:
11.05:
[medeverdachte 1] “Hij gaat daar staan dus.”
[medeverdachte 1] wil niet daar staan in verband met de camera’s. [medeverdachte 5] geeft aan dat op deze carpool geen camera’s staan.

11.09 uur.
[medeverdachte 6] stapt in de Polo. Uit het gesprek is af te leiden dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] [medeverdachte 6] uitleggen hoe hij bij de woning van [medeverdachte 2] moet komen. Er wordt een afspraak gemaakt voor een ontmoeting op dinsdag om 10 uur bij de McDonalds te Helmond.
Daarna rijdt de Polo om 12.52 uur naar het adres van de manege van [medeverdachte 17] te Schinveld.
[medeverdachte 1] zegt tegen [medeverdachte 5] : ”Rij maar gewoon door”, “zo zien we ook dat we niet gevolgd worden”.
Om 14:56 uur gaat het gesprek tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] over die kleine en over iets dat met zes man gedeeld moet worden.
Om 19.24 uur gaat het gesprek over René, die kennelijk na één crisis al iets wil afpakken. Dat dat toch niet werkt:
[medeverdachte 5] : “probeer dan iets op te zetten voor de langere termijn. En dan meteen te zeggen, maar wie zegt dat het de tweede lukt. Als het de eerste keer lukt, lukt het de tweede keer ook. Als iedereen maar zijn waffel dicht houdt.”
[medeverdachte 1] : “Ik zit al zo’n 50 jaar in de business”.
[medeverdachte 1] geeft aan dat hij met veel mensen werkt. Gelijke monniken gelijke kappen, zo werkt hij al 50 jaar.
[medeverdachte 5] zegt dat het lukt als iedereen zijn waffel houdt.
Op 20 mei 2012 om 00.26 uur zitten [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] nog steeds of weer samen in de VW Polo [kenteken 3] . [medeverdachte 1] hoopt dat het dinsdag allemaal goed gaat en dat ze er in ieder geval iets van krijgen. “Het moet”, zegt [medeverdachte 5] .
Op 22 mei 2012 komt de SUDU6710420 met als lading 15 pakken travertin tegels aan in de haven van Antwerpen. EFK geeft de opdracht tot inklaren aan [bedrijf 6] . Op dit opdrachtformulier is het telefoonnummer in gebruik bij Servet [medeverdachte 14] geschreven.Op 23 mei 2012 wordt deze container vrijgegeven.
Op 23 mei 2012 vraagt sms-t [medeverdachte 2] [medeverdachte 5] met het verzoek om af te spreken. Het wordt 11.45 bij ‘ [adres 8] met je vriend bij de schoenen potte kruier’. Om 11.39 uur belt [medeverdachte 1] met [medeverdachte 16] . [medeverdachte 1] vraagt waar [medeverdachte 16] nu staat. [medeverdachte 16] zegt in Panningen.
Geobserveerd wordt dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] in de Caddy zitten en dat ze omstreeks 12.08 uur bij een schoenenkraam in Helden contact hebben met [medeverdachte 2] .
Het hof, met de rechtbank, concludeert uit voorgaande in onderling en samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen dat contacten tussen de verdachten van de afgelopen weken kennelijk te maken hebben met de aankomst van deze container SUDU671042 en het vervolgtraject met betrekking tot de afhandeling/verdeling van de lading. Hoewel de officiële lading bestaat uit travertin tegels, blijkt uit de omslachtige en verhullende gang van zaken (de communicatie is soms dermate verhullend dat verdachten moeite hebben elkaar te begrijpen) dat de officiële lading enkel als deklading functioneerde voor een illegale lading, zijnde -gelet op de overige bewijsmiddelen- cocaïne.
Op 23 mei 2012 is er een tapgesprek waarin [medeverdachte 5] voor [medeverdachte 1] diens vliegticket bij de KLM verlengt. De vertrekdatum voor [medeverdachte 1] (Amsterdam-Bonaire) werd gepland op 12 juni 2012.
Rederij Hamburg Süd verzoekt op 24 mei 2012 [bedrijf 6] de container SUDU6710420, aangekomen bij kaai 742 vrij te stellen. De wegname van voormelde container is voorzien op 24.05.12 voormiddag.
[medeverdachte 5] stuurt op 24 mei 2012 om 13.52 uur een sms naar [medeverdachte 6] : ‘Vriend dit is voor nu nieuwe nummer. Kale is ook wachten. Kan niet lang meer duren zegt ie. Geef oke als je mijn sms ontvangen hebt aub’.
Een uurtje later bellen ze met elkaar:
[medeverdachte 5] : ”ik denk duurt lang, dus bel maar even”
[medeverdachte 6] : ”oke en en eh …maar hij weet zeker dat die voor vandaag is he”
[medeverdachte 5] : ”zoals ik het begrijp wel ja. Want eh .. ik had eigenlijk gister al verwacht”
[medeverdachte 6] : ”dat bedoel ik want e.. wij zitten te wachten en die jongens vragen, vragen, vragen snap je. Dat is normaal.”
[medeverdachte 5] : “ja, ja ja”
[medeverdachte 6] : “en daar aan de overkant… ze zijn een beetje nerveus aan het worden, snap je”
[medeverdachte 5] : “ja ja logisch logisch. Maar zo gauw wij wat weten jong. Jij bent de eerste”
[medeverdachte 6] : ”zeg tegen die kale dat die moet vandaag eh… papieren niet morgen of overmorgen dat eh… kan niet”
[medeverdachte 5] : ”ja maar dat bepaalt hij niet he”
[medeverdachte 6] : ”ja maar ik bedoel eh dat weet je zelf hoe hoe wij met hem hebben afgesproken dat dag erna gelijk. Nou is het twee dagen”
[medeverdachte 5] : “ja ja ja ja”
[medeverdachte 6] : “dus eh… dat ben ik nou eh… een beetje druk aan het krijgen door de andere kant.”
[medeverdachte 5] : “ja logisch logisch dus eh moet je ook aan hem doormelden”
“Ja ja ja komt goed”
[medeverdachte 6] : “oke anders moet je mij tijdstip of zo geven waar ik … Dat ik jou treffen en die kale ook zie, snap je”
[medeverdachte 5] : “ja ja, ja ja, hebben we toch al afgesproken. Als jij een tijd krijgt dan zien we ons daar he, dat weet je”
Om 15.14 uur stuurt [medeverdachte 5] een sms naar [medeverdachte 6] : ‘Vriend, kale zegt dat er een kleine kans bestaat dat het ook morgen kan worden. Maar volgens zijn verkregen info vandaag. Moeten geduld hebben vriend’. [medeverdachte 6] sms-t terug: ‘laat hem iets zeker zeggen want begin wat laat te worden. Gr’. Later die middag sms’t [medeverdachte 5] [medeverdachte 6] : ‘alles oke, 21.45u’.
Een observatieteam houdt die dag [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] in de gaten. Ze verplaatsen zich in de Caddy. Rond 20.00 uur hadden ze contact met [betrokkene 5] .
Het vermoeden is dat [betrokkene 5] en [medeverdachte 5] in de gaten hadden dat er geobserveerd werd en dat dat de reden is dat [betrokkene 5] spoorslags naar Bonaire is vertrokken. Op 25 mei 2012 is [betrokkene 5] weer op Bonaire.
Op 24 mei 2012 tussen 15.12 en 22.42 uur werd er door een observatieteam een observatie verricht op de verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] . Er werd gezien dat zij zich verplaatsten in een VW Caddy [kenteken 1] .
Dat men achterdochtig werd, valt af te leiden uit het gegeven dat de VW Caddy die 24 mei 2012 door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] gebruikt werd ’s avonds nog om 21.45 uur in de straat van de ouders van [medeverdachte 5] stond. In een OVC gesprek van 28 januari 2013 hebben [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] het over René:
[medeverdachte 5] “Kijk eens hoe snel die weg was. Het ’s middags krijgen we te horen dat dat gebeurt en het ’s avonds zit die al op het vliegtuig zonder ons wat te vertellen. En als we dan zeggen van ja moeten we hun niet waarschuwen. Oh dat ze het zich bekijken zegt ie. Ik zeg ja maar zo werkt het niet. Zegt Robbie ook kom wij gaan meteen daarheen. Heb ik de auto van mijn ouders gehaald en toen zijn we jullie komen waarschuwen.”
[medeverdachte 6] “Ja daarom is beter dat eh… Robbie gewoon deze kant niet opkomt totdat wij…”
[medeverdachte 5] “Nee nee.”
[medeverdachte 6] “Zelfs helemaal niks. Gewoon blijf daar of Santa Domingo is beter. Wij zien ons allemaal in Santa Domingo. Beter hoeft hij geen hoofdpijn te krijgen van dat dat eh…Stel je voor dat hij toch hier is die dan hebben wij toch dezelfde probleem. Die mag wel komen als alles weg is. Dan mag die komen.”
[medeverdachte 5] “Ja ja ja. Dat doen we ook. Als alles weg is.”
[medeverdachte 6] “Mag die komen zijn eh.. centjes ophalen.
Ik vind niet erg he zo ben ik zelfde dat… Hij doet precies dezelfde als wij. Hij blijft op de hoogte. Hij blijft alert. Hij is geïnteresseerd. Hoeft niet altijd dat hij niks doet. Op moment dat hij moet doen doet die. […] Wij moeten hem gewoon ver houden want dat is veilig voor ons.”
Vervolg ontmoetingen na ontvangst container SUDU6710420
Op 26 mei 2012 blijkt uit het peilbaken dat de VW Polo [kenteken 3] in gebruik bij [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] naar de omgeving van Eindhoven gaat (waaronder [adres 5] , waar de woning van [medeverdachte 2] is gelegen) en van daaruit naar Nijmegen, naar de [adres 6] (aan deze straat ligt de woning van [medeverdachte 6] ). De peilbakengegevens melden een stop te Sittard-Geleen in de buurt van de verblijfplaats van [medeverdachte 1] en daarna rijdt de Polo door naar de camping in Kröv in Duitsland waar [medeverdachte 5] regelmatig verblijft. Het hof concludeert hieruit dat er contact is geweest tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] .
Op 29 mei 2012 belt [medeverdachte 5] om 9.31 uur [medeverdachte 1] op met de vraag hem op te halen. [medeverdachte 1] komt er aan. Uit het peilbaken van de VW Polo [kenteken 3] volgt dat deze die dag van 11.11 tot 13.21 uur in Ekkersrijt is. Uit eerdere observaties is gebleken dat de verdachten in dit dossier elkaar daar vaker ontmoeten onder andere in de Burger King aldaar. Om 14.34 uur arriveert de VW Polo op de [adres 7] te Onderbanken (bij de manege van [medeverdachte 17] ) en om 17.38 uur geeft het peilbaken aan dat de VW Polo op de [adres 6] te Nijmegen (woning [medeverdachte 6] ) is.
De volgende dag 30 mei 2012 is de VW Polo in gebruik bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] tussen 18.37 en 19.16 uur weer te Ekkersrijt. In de nacht van 31 mei op 1 juni 2012 is deze Polo in Antwerpen. Uit de interceptie van telecommunicatieverkeer en peilbakengegevens kan worden afgeleid dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] op 1 juni 2012 wederom een ontmoeting in Ekkersrijt hebben.
Op 6 juni 2012 zitten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] weer samen in de VW Polo met het kenteken [kenteken 3] . Ze hebben het rond 12.36 uur over de kleine ( [medeverdachte 6] ) die hen wil zien. Later op die dag ontmoeten ze [medeverdachte 6] . Om 12.41 uur zegt [medeverdachte 1] “Stel je voor hij moet er vijftig hebben. Kunnen we zeggen zijn vijftig kwijt”.
Rond 12.46 uur bevindt de Polo zich in de buurt van de manege van [medeverdachte 17] te Schinveld, gemeente Onderbanken. In dan wel direct naast het voertuig wordt het volgende OVC gesprek vastgelegd. Deelnemers aan het gesprek zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] en twee onbekende mannen NN1 en NN2. Later wordt door de politie de stem van NN2 herkend als die van [medeverdachte 17] , wonende aan de [adres 7] 2 te Schinveld. Het gesprek gaat (zakelijk weergegeven) over ‘blokken’. [medeverdachte 17] vraagt aan [medeverdachte 1] hoeveel hij er nog heeft. [medeverdachte 1] zegt: “Dat kunnen we dadelijk horen, maar minimaal zijn der toch nog wel vijftig” en “vergeleken met bij anderen zijn we duur, 31 kosten ze, maar het is wel kwaliteit”. [medeverdachte 17] wil weten wat er in staat. Hij heeft nu halve manen. [medeverdachte 1] geeft aan dat het super spul is. [medeverdachte 17] beaamt dit: hij zegt dat hij een beetje van Mario heeft gekregen en dat was goed. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij niet opdringerig wil zijn, maar dat het urgent is omdat hij maandag weer terug gaat naar Bonaire. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] geven aan dat ze ‘ze’ dan het liefste weg hadden. [medeverdachte 17] geeft aan dat hij zal kijken wat hij kan doen voor [medeverdachte 1] . Hij ziet die jongens vanavond nog, die pakken normaal alles. [medeverdachte 17] heeft ze ook zijn blokken aangeboden. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij morgen zal kunnen zeggen hoeveel er nog zijn, want het ligt een stukje uit de buurt. [medeverdachte 17] zegt dat ze hem er niet op moeten vastpinnen, want er is meer in omloop. [medeverdachte 1] beaamt dit en zegt dat er in de Randstad iets van 7000 is binnengekomen. Ze spreken af voor de volgende dag.
Op 6 juni 2012 rond 14.15-15.00 uur wordt geobserveerd dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] met de bij hun in gebruik zijnde Polo 18-SXG-6 aanwezig zijn nabij de Burger King aan de Ekkersrijt te Son en Breugel. Ook wordt gezien dat de Opel in gebruik bij [medeverdachte 6] met kenteken [kenteken 4] aldaar wegrijdt met minimaal 3 personen. Gelet op voorstaande werden de camerabeelden van de Burger King gevorderd. Daarop is te zien dat [medeverdachte 6] en een onbekende man naar binnen gaan. Rond 15.00 uur vertrekt men uit de Burger King
Op 6 juni 2012 om 15.11 uur sms-t [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 3] : ‘kun je 30min hoekje’
Een dag later op 7 juni 2012 is er een sms-wisseling tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6] waaruit af te leiden is dat [medeverdachte 3] dringend [medeverdachte 6] moet hebben, hij hem aanvankelijk niet te pakken krijgt en daarom [medeverdachte 5] benadert. Kennelijk is dit ook relevant voor [medeverdachte 1] want [medeverdachte 5] vertelt [medeverdachte 1] om 18.28 uur in de VW Polo (OVC) dat hij van die kale vernomen had dat deze de kleine al te pakken had.
De volgende sms-wisseling heeft plaatsgevonden tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6]:
[medeverdachte 6] : ‘Dag vriend ik was ff buiten. Wil je me nog zien. Gr’
[medeverdachte 3] : ‘ja heel dringend aub. Hoe laat in u?
[medeverdachte 6] : ‘Ik moet in rott om 20 u zijn. Kan je bij mij komen overal file nu’.
[medeverdachte 3] : ‘Ik moet met spoed 3. Heb afkeur, kan dat
[medeverdachte 6] ‘Welk merk moet je hebben’
[medeverdachte 3] : ‘Cro’
‘Tot hoe laat kan mijn chauffeur bij jou terecht? En welk huis nr’
[medeverdachte 6] : ‘zwart ingepakt’
[medeverdachte 3] : ‘ja. Ik heb 3 slechte nl. Wit ingepakt. Toyota’
[medeverdachte 6] : ‘Geen probleem ik stuur je straks een tijd dat je manetje op station kan zijn. Gr.
[medeverdachte 3] : ‘In u?’
[medeverdachte 6] : ‘nee bij me’
[medeverdachte 3] : ‘ok kan je een tijd geven. Geef je straks de auto door’
[medeverdachte 6] : ‘hij kan morgen vroeg 9u. Gr’
[medeverdachte 3] : ‘nee. Moet zo vlug mogelijk anders gaat niet door. Heb ik geen verkoop. Aub’
[medeverdachte 6] : ‘Dan moet hij nu vertrekken en voor half 7 hier zijn’
[medeverdachte 3] : ‘wordt 18.45 19u. Paars polo. Die drie komen dan morgen ok’
[medeverdachte 6] : ‘Hij kan om 7u zijn mijn afspraak heb ik verzet. Gr.’
‘nee moet vandaag want moet die kwijt want kan nu niet weer bij kantoor’.
Deze sms-wisseling wordt vervolgd op 8, 9 en 10 juni 2012:
8 juni 2012 tussen 18.05 en 21.14 uur:
[medeverdachte 6] : ‘Laat me een tijd weten dat hi bij me kan zijn. Gr’
‘Hoort nieks van je’
[medeverdachte 3] : ‘Ja was druk. Wanneer wil je die reparaties terug?’
‘Hij kan morgen zaterdag’
[medeverdachte 6] : ‘Ok mrgen 10u zelfde plek. Verder alles geod met ons vrienden. Gr’
[medeverdachte 3] : ‘Morgen 10u is ok’
[medeverdachte 6] : ‘ok. Gr’
9 juni 2012 tussen 9.25 en 10.48 uur:
[medeverdachte 3] : ‘Hij is daar 1020’
‘Zw Skoda’
[medeverdachte 6] : ‘ik zie hem niet staan’
[medeverdachte 3] : ‘Hij is vertraagd. 15 min nog’
‘nog 7 min. Blijf wachten’
[medeverdachte 6] : ‘Hij is al geweest. Gr’
9 juni 2012 om 19.05 uur en 10 juni 2012 9.51 uur:
[medeverdachte 6] : ‘Dag vriend als je klaar bent met jou autos en je mannetje kan meer aan laat we weten dan help je met de mijne. Gr.’
[medeverdachte 3] : ‘OK’
Uit de combinatie van een OVC gesprek in de Polo [kenteken 3] van 7 juni 2012 om 20.01 uur tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 1] zegt: ”Ik heb geld van Hans gekregen voor die waspoeder” en een sms van [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 5] van 12.11 uur waarin [medeverdachte 2] aangeeft dat [medeverdachte 5] zijn shag is vergeten, leidt het hof, met de rechtbank, af dat er die ochtend een ontmoeting tussen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] heeft plaatsgevonden.
Even later, op 7 juni 2012 om 20.06 uur, wordt in of naast eerdergenoemde VW Polo een OVC gesprek tussen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 17] opgenomen. Het peilbaken van de Polo geeft aan dat deze zich bij de manege van [medeverdachte 17] bevindt. Zij bespreken, onder andere, het volgende:
[medeverdachte 1] : “En, wat zeiden ze?”
[medeverdachte 17] : “Ik ben nog bezig met die blokjes, maar ja dan ben jij, ga jij weg wah.”
[medeverdachte 1] : “Dinsdag ga ik weg.”
[medeverdachte 17] : “Dat… heb ik afgegeven, ik heb toch een monster van die jongen gekregen weet je wel.”
[medeverdachte 1] : “Ja ja.”
[medeverdachte 17] : “Dat heb ik afgegeven dus… en dat hoor ik vandaag of morgen hoor ik dat snap je… dat is goed… maar als die ze nou alle 50 pakt.”
[medeverdachte 1] : “Ja hetzelfde 31.”
[medeverdachte 17] : “Blijft dat hetzelfde.”
[medeverdachte 1] : Ja.
Een paar uur later geeft [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 5] aan dat hij als hij weer terug gaat naar Bonaire hij ‘piekke’ van die kleine moet meekrijgen.
Op 8 juni 2012 bespreken [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] het volgende in of in de directe nabijheid van de VW Polo. Tevens neemt een onbekende man deel aan het gesprek. Uit de peilbakengegevens blijkt dat de Polo zich op de [adres 7] te Schinveld, gemeente Onderbanken, bevindt, zijnde de straat waar de manege van [medeverdachte 17] ligt. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij twee bij zich heeft en dat de onbekende man volgende week die andere twee krijgt. Vervolgens gaat het gesprek over een derde. Kennelijk vindt een derde een prijs te hoog. Die derde geeft echter niet aan wat hij wel zou willen betalen. De onbekende man geeft aan dat hij een contact heeft die geïnteresseerd is in grote partijen. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij niet weet ”wat die vriend van ons gaat vragen. Die heeft ook een flinke partij binnen. Dus als ik daar een prijs van weet, dan komen we even langs”. Te horen is dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] afscheid nemen van de onbekende man. Er zijn weer rijgeluiden te horen. [medeverdachte 1] zegt ”het is wel veel 31, kut he” en ”nou moeten we de kleine even waarschuwen. Ik had daar een beetje hoop op gehad”. [medeverdachte 5] zegt: “Jja die grote partijen jong. Die kale is ze ook voor dertig aan het verkopen”.
In de woning van [medeverdachte 6] is een notitieboekje in beslag genomen. De volgende notities zijn aangetroffen:
400 x 32 = 12.800
4 x 29 = 116.00

De tekst gaat verder: De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Verbonden uitspraken