Hof 's-Hertogenbosch 31 december 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:3852
Het hof is van oordeel dat eventuele ontbrekende of onjuiste gegevens op het aanslagbiljet in dit geval redelijkerwijs geen twijfel hebben opgeroepen of het aanslagbiljet voor belanghebbende bestemd was, aangezien de tenaamstelling juist was en belanghebbende er blijkens het bezwaarschrift vanuit ging dat het aanslagbiljet voor hem bestemd was. Het ontbreken van een Burgerservicenummer leidt er bovendien niet toe dat de naheffingsaanslag moet worden vernietigd. Belanghebbendes beroep op de vrijstelling van artikel 21 Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994 faalt. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel niet van toepassing is, dat geen sprake is van schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en dat er geen aanleiding is om de naheffingsaanslag te verminderen omdat de auto door inbeslagname feitelijk niet meer ter beschikking stond aan belanghebbende.
De uitspraak op rechtspraak.nl