Hof 's-Hertogenbosch 16 juli 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2249
Belanghebbende heeft in 2014 en 2015 betaalde hypotheekrentebedragen (voor een woning) op een restschuld bij de gemeente [plaats 2] op grond van artikel 3.120a Wet IB 2001 in aftrek gebracht. De inspecteur heeft dit gecorrigeerd. Het hof is van oordeel dat dit terecht is geweest omdat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende nooit in deze woning heeft gewoond. Daarom kan deze woning geen “eigen woning” in de zin van artikel 3.111 Wet IB 2001 zijn geweest en bestaat er geen recht op aftrek van hypotheekrente op grond van de restschuldregeling van artikel 3.120a Wet IB 2001. Overigens voldoet belanghebbende ook niet aan de in het tweede lid van artikel 3.120a Wet IB 2001 vermelde eis dat de “eigen woning” moet zijn verkocht in de periode van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017 omdat de woning op 27 februari 2010 is verkocht. Het hoger beroep van belanghebbende is daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl