Hof 's-Hertogenbosch 8 maart 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:960

Belanghebbende woont in Polen en heeft geen inkomen genoten. Haar echtgenoot heeft in 2005 gedurende zes maanden in Nederland gewerkt en is daarna teruggekeerd naar Polen en heeft toen een beperkte Poolse ww-uitkering genoten. De echtgenoot heeft 89% van de totale inkomsten in Nederland genoten. In geschil is de vraag of belanghebbende op grond van het EU-recht recht heeft op uitbetaling van de heffingskorting op grond van art. 8.9 resp. 8.9a Wet IB 2001. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend. Naar nationaal recht heeft belanghebbende geen recht op toepassing van art. 8.9 resp. 8.9a Wet IB 2001 omdat de echtgenoot niet als partner wordt aangemerkt aangezien hij geen kwalificerende buitenlands belastingplichtige is. Het EU-recht verplicht evenmin tot toepassing van deze bepalingen, aangezien het gezinsinkomen niet nagenoeg geheel in Nederland wordt genoten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken