Hof 's-Hertogenbosch 21 februari 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:642

Belanghebbende is samen met twee anderen aandeelhouder van een BV. De BV drijft een onderneming (verkoop van schoenen). Belanghebbende en de mede-aandeelhouders zijn bij de start in 2010 een rekening-courant overeengekomen met de BV. Zij hebben steeds gelden verstrekt die zijn geboekt in rekening-courant. De BV heeft nimmer winst behaald. In 2013 wordt de BV wegens tegenvallende resultaten ontbonden. In geschil is of belanghebbende een verlies ter zake van de rekening-courantvordering in aanmerking kan nemen. Het Hof oordeelt dat twee stortingen in 2012 zijn gedaan onder de noemer ‘eigen vermogen’ en zijn gedaan in de hoedanigheid van aandeelhouder. Ten aanzien van de stortingen in rekening-courant in de jaren 2010 en 2011 is volgens het Hof geen sprake van onzakelijke leningen, ook al is er geen zekerheid gesteld. Het Hof kijkt daarbij mede naar de beperkte omvang van de verstrekte bedragen. Dit is anders in het jaar 2013 toen nog stortingen plaatsvonden tot vlak voor de ontbinding van de BV en duidelijk was dat er steeds negatieve resultaten waren behaald en het eigen vermogen van de BV fors negatief was.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken