Hof 's-Hertogenbosch 12 februari 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:502
Borgstelling. Het hof oordeelt dat er sprake is van een zakelijke borgstelling, omdat degene die de borgstelling afgaf, zo nauw verbonden is met en volledig financieel belang bij de bedrijfsresultaten van de vennootschap had, dat hij in de praktijk als ondernemer heeft te gelden. De borgstelling geschiedde voor rechtshandelingen die behoorden tot de normale uitoefening van het bedrijf van de vennootschap. Daaruit volgt dat het toestemmingsvereiste van artikel 1:88 BW lid 1 sub c en het bewijsvoorschrift van artikel 7:859 BW niet van toepassing zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl