Hof 's-Hertogenbosch 28 november 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:4379

Belanghebbende is statutair gevestigd in Rotterdam en deze gemeente behoort tot het rechtsgebied van het ressort Den Haag. Op het door belanghebbende bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant ingestelde beroep heeft deze rechtbank uitspraak gedaan. Hiertoe was deze rechtbank niet bevoegd. Op grond van artikel 8:117 Awb (en met instemming van partijen) verklaart het Hof die onbevoegdheid voor gedekt. Belanghebbende heeft in 1998 onroerend goed verkocht en de daarbij behaalde verkoopwinst toegevoegd aan de vervangingsreserve (vanaf 2001 herinvesteringsreserve, hierna: HIR). Door belanghebbende is een herinvesteringsvoornemen per ultimo 2002 niet aannemelijk gemaakt, zodat de HIR na 4 jaar moet vrijvallen. In verband met een herrekening van het bedrag van de vrijval door de Inspecteur, wordt het hoger beroep van belanghebbende gegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken