Hof 's-Hertogenbosch 5 februari 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:430
Klager heeft een klaagschrift ingediend jegens diverse politieagenten ter zake van een schietincident en mishandeling als gevolg waarvan klager letsel heeft opgelopen. Uit het dossier blijkt dat beklaagde heeft gehandeld in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening en dat beklaagde ook bevoegd was om geweld of geweldsmiddelen te gebruiken (artikel 7, eerste lid Politiewet 2012). Gelet op de vorengenoemde omstandigheden mocht beklaagde naar het oordeel van het hof menen dat hij zich, toen vanaf korte afstand vanuit de VW bus een, naar achteraf pas bleek, goed gelijkend handvuurwapen op hem werd gericht, in een zeer bedreigende situatie bevond. Het hof sluit niet uit dat beklaagde de mogelijkheid had om zich op dat moment alsnog in veiligheid te brengen en zich aldus aan deze dreigende situatie te onttrekken. Onder die omstandigheden is het hof van oordeel dat het dossier onvoldoende aanwijzingen bevat dat beklaagde zich schuldig heeft gemaakt aan onrechtmatig politieoptreden, althans dat hem niet een zodanig verwijt gemaakt kan worden dat strafvervolging aangewezen is.
De uitspraak op rechtspraak.nl