Hof 's-Hertogenbosch 24 oktober 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:4007

Ten gevolge van een ongeval op 7 augustus 2012 zijn belanghebbende en een verzekeraar overeengekomen dat aan belanghebbende in totaal een lumpsum schade-uitkering van € 132.500 toekomt. Van dit bedrag is aan belanghebbende in het jaar 2013 als voorschotbetaling reeds € 19.000 uitgekeerd. In geschil is of de lumpsum schade-uitkering, waaronder voormelde voorschotbetaling van € 19.000, geheel of gedeeltelijk onbelast is met betrekking tot de aanslagen IB/PVV en Zvw 2013. Belanghebbende heeft na vragen van de Inspecteur de lumpsum schade-uitkering gespecificeerd in: een onbelaste vergoeding voor immateriële schade (€ 15.000), een onbelaste vergoeding voor vermogensschade (€ 7.500), een onbelaste vergoeding voor huishoudelijke hulp (€ 10.000), een onbelaste vergoeding voor verlies aan zelfwerkzaamheid (€ 10.000) en een onbelaste vergoeding voor schade wegens verlies van arbeidsvermogen (€ 90.000). Het Hof volgt de Rechtbank in haar oordeel dat de onbelaste vergoeding voor immateriële schade, overeenkomstig het standpunt van belanghebbende, € 15.000 bedraagt, dat de onbelaste vergoeding van vermogensschade voor een bedrag van € 5.000 redelijk is en dat belanghebbende de kosten voor huishoudelijke hulp en zelfwerkzaamheid niet aannemelijk heeft gemaakt. Ten aanzien van de onbelaste vergoeding voor schade vanwege het verlies van arbeidsvermogen heeft de Rechtbank deze in goede justitie op € 10.000 bepaald. Het Hof komt, na overwogen te hebben dat op belanghebbende de bewijslast rust, echter tot een onbelaste vergoeding van (in goede justitie) € 20.000. Dit komt enerzijds omdat in hoger beroep een arbeidskundige rapportage is overgelegd waaruit is af te leiden dat belanghebbende voor 33,33% arbeidsongeschikt is maar anderzijds een ander rapport met een mogelijk lager percentage door belanghebbende niet is overgelegd en belanghebbende na daartoe door het Hof te zijn bevraagd, geen duidelijkheid heeft kunnen scheppen over de conclusies van dit rapport. De hoger beroepen van belanghebbende zijn gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken