Hof 's-Hertogenbosch 24 oktober 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:4006
Artikel 3.111, lid 1 en lid 6, Wet IB 2001. Uitzendregeling. Belanghebbende was uitgezonden naar het buitenland. Een dochter van belanghebbende heeft voorafgaand aan een buitenlandse stage tijdelijk in de woning gewoond. Het Hof oordeelt dat de dochter als uitwonende studente niet (tevens) tot het huishouden van belanghebbende is blijven behoren. Het besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 2 november 2009 is niet van toepassing. Ook is zij met het verblijf in de woning niet wederom deel uit gaan maken van het huishouden. Daarvoor is de tijd, qua duur en duurzaamheid, dat belanghebbende enerzijds en de dochter anderzijds in die periode hun eigen huishouden voerden te lang. De tekst op de website van de Belastingdienst leidt niet tot schending van het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel.
De uitspraak op rechtspraak.nl