Hof 's-Hertogenbosch 19 september 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3791
Art. 4 AWR. Verdrag Nederland-Zweden. Inwonerschap. Toekenning heffingskorting. Belanghebbende en haar echtgenoot genieten van pensioen en wonen acht tot negen maanden per jaar in Zweden. Het Hof acht echter de duurzame banden van persoonlijke aard met Nederland voldoende sterk om aan te nemen dat zij (ook) zijn aan te merken als inwoners van Nederland. Zij zijn daarom binnenlandse belastingplichtige en hebben in beginsel recht op heffingskorting. Voor toepassing van het Verdrag Nederland - Zweden worden belanghebbende en haar echtgenoot geacht inwoner te zijn van Zweden, waardoor ze in Nederland beperkt binnenlands belastingplichtig zijn. Het Verdrag en het Unierecht staan niet in de weg aan toekenning van heffingskorting in dat geval.
De uitspraak op rechtspraak.nl