Hof 's-Hertogenbosch 3 oktober 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3654
Belanghebbende doet aangifte IB/PVV 1997 naar een inkomen van nihil. De Inspecteur stelt de aanslag 1997 vast met een aanzienlijke correctie. Het na verloop van de termijn daartegen gemaakte bezwaar, acht het Hof ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Hoewel het aanslagbiljet tijdig naar het juiste adres in Polen is verzonden, heeft de Inspecteur, na retourontvangst van het bij aangetekende post verzonden aanslagbiljet, onterecht geen navraag gedaan naar de postbezorging daarvan en ten onrechte geen stappen ondernomen de aanslag alsnog ter kennis van belanghebbende te brengen. Het Hof komt tot het oordeel dat de woonplaats van belanghebbende, alleen, in Nederland is gelegen. De Inspecteur heeft terecht f 78.000 aan gebruikelijk loon tot het belastbaar inkomen gerekend. Voorts dient een deel van de door belanghebbende gedane contante opnamen tot zijn belastbaar inkomen te worden gerekend en dat is belast tegen 25%. Het hoger beroep van belanghebbende is gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252
- HR 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:930
- HR 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:540
- Hof Arnhem 22 maart 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BQ1327
- HR 4 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6285
- HR 12 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ5902
- HR 15 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ4416
- HR 20 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT5912
- HR 22 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0462