Hof 's-Hertogenbosch 10 september 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3330
Executiegeschil in kort geding op de voet van artikel 438 lid 2 Rv. De geëxecuteerde is in een bodemprocedure op vordering van zijn buurman op straffe van een dwangsom veroordeeld tot het volledig verwijderen van een buitensporig grote Canadese populier uit zijn kleine achtertuin, mede omdat de stronk tegen het pand van de buurman aangroeide en de stronk en de wortels schade veroorzaakten of dreigden te veroorzaken aan dat pand. Eiser heeft vervolgens de boom van bovenaf in delen laten wegzagen, maar een deel van de stam (ongeveer 80 cm hoog), de stronk (die tegen het buurpand was aangegroeid) en het hele wortelstelsel laten zitten, waarna uit de stronk en het wortelstelsel weer flinke scheuten zijn ontsprongen. De buurman / executant heeft vervolgens aanspraak gemaakt op betaling van de dwangsom en is het vonnis gaan executeren. Vordering van de geëxecuteerde in kort geding tot staking van de executie. Heeft de geëxecuteerde voldaan aan de dwangsomveroordeling? Uitleg van die veroordeling. Is sprake van misbruik van executiebevoegdheid door executant?
De uitspraak op rechtspraak.nl