Hof 's-Hertogenbosch 5 september 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3295

Appel van de OvJ n.a.v. toewijzing schorsing. Rechtbank heeft geoordeeld dat persoonlijk belang van verdachte zwaarder weegt en dat de doelen die met voorlopige hechtenis worden nagestreefd ook kunnen worden nagestreefd met aan een schorsing te verbinden voorwaarden. De verdachte heeft in beginsel het recht zijn berechting in vrijheid af te wachten. Dat kan anders zijn wanneer, zoals in de onderhavige zaak, er sprake is van gevaar voor herhaling. Dan zal de rechter, zo nodig ook ambtshalve, dienen na te gaan of niet ook op andere, voor de verdachte minder bezwarende wijze, tegemoet kan worden gekomen aan het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis. Stelling van de OvJ dat het verzoek tot schorsing alleen al vanwege het gebrek aan onderbouwing had moeten worden afgewezen is onjuist. Schorsing en recidivegevaar. Het hof ziet omstandigheden die niet pleiten voor schorsing van de voorlopige hechtenis. Het hof heeft eerder beslist dat jeugdige personen met een verstandelijke beperking die beïnvloedbaar zijn, zo kort mogelijk in een omgeving moeten verblijven waar sprake is van veel negatieve invloed. De penitentiaire inrichting is naar het oordeel van het hof een dergelijke omgeving. Het is derhalve ook in het belang van de samenleving dat de voorlopige hechtenis van de verdachte wordt geschorst om verdere schade in de toekomst te voorkomen. Gelet hierop is het hof van oordeel dat de rechtbank heeft kunnen beslissen tot schorsing van de voorlopige hechtenis onder de voorwaarden zoals opgenomen in het bevel schorsing. Volgt afwijzing van het appel.

De uitspraak op rechtspraak.nl