Hof 's-Hertogenbosch 27 augustus 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3172

Deze zaak betreft de koop van een onroerende zaak. Bij tussenarrest waren kopers toegelaten tot het bewijs van hun stellingen: - dat partijen bij het sluiten van de koopovereenkomst met betrekking tot de woning van appellante een opschortende voorwaarde waren overeengekomen inhoudende dat geintimeerde 1 en geintimeerde 2 eerst hun eigen woning zouden moeten verkopen; Dit bewijs is niet geleverd, zie rov. 9.3. - dat geintimeerde 1 en geintimeerde 2 bij het sluiten van de koopovereenkomst met betrekking tot de woning van appellante een financieringsvoorbehoud hebben bedongen ten bedrage van € 550.000,00 zonder tijdsbepaling; Dit bewijs is niet geleverd, zie rov. 9.4. - in het kader van hun beroep op oneigenlijke dwaling) dat appellante op de hoogte was van het feit dat geintimeerde 1 en geintimeerde 2 eerst tot de aankoop van de woning van appellante wilden overgaan indien hun eigen woning zou zijn verkocht en geleverd. Dit bewijs is gedeeltelijk wel geleverd, zie rov. 9.5. Dit leidt ertoe dat het beroep op oneigenlijke dwaling slaagt, zie rov. 9.5.6-9.5.9.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen