Hof 's-Hertogenbosch 22 augustus 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3168
Belanghebbende had in 2012 zijn fiscale woonplaats in Canada. In 2012 zijn de uit Nederland afkomstige pensioeninkomsten en de AOW-uitkering van belanghebbende zowel in Nederland als in Canada aan de heffing van inkomstenbelasting onderworpen. In 2013 had belanghebbende zijn fiscale woonplaats in Nederland en kwalificeerde hij als binnenlands belastingplichtige. Belanghebbende heeft voor beide jaren niet aan de op hem rustende bewijslast voldaan dat hij alimentatie aan zijn ex-echtgenote heeft betaald, dus heeft hij, naar het oordeel van het Hof, geen recht op aftrek van onderhoudsverplichtingen. Ook ten aanzien van het maken van specifieke zorgkosten heeft belanghebbende voor beide jaren niet aannemelijk gemaakt dat hij deze kosten heeft gemaakt, waardoor de aftrek daarvan in de aangiften terecht door de Inspecteur is gecorrigeerd. Het hoger beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl