Hof 's-Hertogenbosch 9 februari 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:567
Het Hof is van oordeel dat de Inspecteur aan de uit het verdedigingsbeginsel voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan doordat hij aan belanghebbende met betrekking tot de naheffingsaanslag een vooraankondiging heeft doen toekomen waarbij laatstgenoemde in de gelegenheid is gesteld om, bij voorkeur, schriftelijk te reageren. Het Hof verwerpt voorts het standpunt van belanghebbende dat het opleggen van een naheffingsaanslag nadat het belastbaar feit heeft plaatsgevonden in strijd is met artikel 110 VWEU. Voorts overweegt het Hof dat belanghebbende bij de berekening van de verschuldigde BPM ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de koerslijst XRAY behorende bij voertuigen van het merk Mercedes-Benz en het type CLS 500 5.5, aangezien de door belanghebbende ingevoerde auto een voertuig van het merk Mercedes-Benz en het type CLS 55 AMG betreft, waarvoor in een andere koerslijst wel een waarde is opgenomen. Naar het oordeel van het Hof dient, in beginsel, een auto van hetzelfde merk en type als referentievoertuig aangemerkt te worden. Belanghebbendes grief dat hij recht heeft op vergoeding van wettelijke rente over de door de Rechtbank toegekende immateriële schadevergoeding slaagt.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof 's-Hertogenbosch 24 augustus 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3760
- HR 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:856
- Hof 's-Hertogenbosch 6 april 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:1530
- HR 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:315
- Hof 's-Hertogenbosch 7 januari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:14
- HR 4 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3467
- CRvB 30 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:296
- CBb 29 november 2013, ECLI:NL:CBB:2013:257
- HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:64
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2001:169
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2002:505
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2013:857