Hof 's-Hertogenbosch 31 december 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:5296
Kansspelbelasting. Art. 2, lid 2, en 3, Wet KSB; art. 56 en 57 VWEU. Blijkens het arrest Hoge Raad 16 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:356 (het verwijzingsarrest) is de plaats van vestiging van de houder bij internetpoker bepalend voor de kwalificatie als binnenlands of buitenlands kansspel. Het Hof is van oordeel dat gelet op de aard van online pokerspelen, voor de vraag wie de houder en derhalve organisator van het online pokerspel is, dient te worden aangesloten bij de initiatiefnemer. Ten aanzien van een van de online pokerspelen is aannemelijk dat de vennootschap op Malta op eigen naam en onder eigen verantwoordelijkheid de feitelijke organisatie van het spel voor de Nederlandse spelers op zich heeft genomen en in dit geval als houder is aan te merken. Heffing van kansspelbelasting is dan in strijd met artikel 56 VWEU. Dit geldt niet voor het tweede in geschil zijnde online pokerspel. Met betrekking tot de verliesverrekening dient, om te bepalen in hoeverre sprake is van strijdigheid met het Unierecht, eerst het saldo van binnen de EU behaalde resultaten te worden bepaald. Indien dit saldo positief is, dan blijft heffing van kansspelbelasting daarover achterwege. Als per saldo binnen de EU een verlies is geleden, komt het negatieve saldo in aftrek op buiten de EU behaalde positieve resultaten.
De uitspraak op rechtspraak.nl