Hof 's-Hertogenbosch 11 september 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:4900

Op 12 maart 2016 heeft beklaagde de zoon van klaagster, het slachtoffer, met zijn dienstwapen tweemaal beschoten. Op 16 maart 2016 is het slachtoffer aan de gevolgen van de schotverwondingen overleden. Klaagster kan zich niet verenigen met de beslissing van het Openbaar Ministerie om beklaagde niet te vervolgen wegens doodslag. Klaagster verzoekt het beklag ex artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering gegrond te verklaren en de vervolging van beklaagde te bevelen wegens doodslag. Naar het oordeel van het hof doet zich de situatie voor dat er geen rechtens relevante twijfel kan bestaan over het bevestigende antwoord op de vraag of de strafrechter, indien de zaak aan hem zou worden voorgelegd, een beroep op de rechtvaardigingsgrond van noodweer zal honoreren en zal komen tot ontslag van alle rechtsvervolging. Het hof is van oordeel dat het niet aannemelijk kan worden geacht dat de strafrechter, indien de zaak aan hem zou worden voorgelegd, tot een veroordeling van beklaagde ter zake van doodslag zal kunnen komen. Het hof wijst het beklag af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken