Hof 's-Hertogenbosch 22 november 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:4857

Op 2 februari 2017 conservatoir derdenbeslag gelegd door belanghebbende ten laste van appellante onder haar moedervennootschap geintimeerde, ter verzekering van verhaal van vorderingen belanghebbende jegens appellante; op 17 augustus 2017 door appellante ten laste van geintimeerde executoriaal beslag gelegd op aandelen die geintimeerde houdt in belanghebbende, tot zekerheid van de betaling van de vordering van appellante op geintimeerde; Verzoek van appellante (ex artikel 474g Rv) tot verkoop en overdracht van in (executoriaal) beslag genomen aandelen door rechtbank afgewezen; in hoger beroep bekrachtigd door het hof, onder aanvulling van de gronden: beroep gedaan op verzuim aan de zijde van de schuldeiser appellante in relatie tot de verplichting van (schuldenaar) geintimeerde die daar tegenover staat; voor de veroordeling tot nakoming is verzuim niet vereist, hetzelfde geldt voor de veroordeling tot betaling van wettelijke handelsrente; ook het sturen van een factuur als zodanig leidt niet tot verzuim als bedoeld in artikel 6:82 BW; geen sprake van ingebrekestelling als bedoeld in artikel 6:82 BW; op de datum van het derdenbeslag (2 februari 2017) verkeerde geintimeerde niet in verzuim als bedoeld in artikel 6:81 BW; dat betekent echter niet dat daarom appellante ten opzichte van geintimeerde in (schuldeisers) verzuim verkeert (conform HR 13 april 2012, ECLI:NL:HR:2012;BV2629) ; geintimeerde als derde-beslagene wel gehouden het beslagene onder zich te houden ex artt. 720 jo 475h lid 1 Rv; appellante is niet bevoegd de executie voort te zetten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken