Hof 's-Hertogenbosch 14 september 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:3780
Naar het oordeel van het Hof heeft de Inspecteur, in lijn met de wettelijke bepalingen en het Kaderbesluit MRB, met betrekking tot belanghebbendes kampeerauto terecht met ingang van 12 november 2015 het kwarttarief als bedoeld in artikel 23a, lid 1, van de Wet MRB toegepast. De omstandigheid dat het voor belanghebbende niet kenbaar was dat hij een verzoek om toepassing van het kwarttarief moest indienen, dient naar het oordeel van het Hof voor rekening en risico van belanghebbende te komen. Voor zover belanghebbende een beroep doet op het zevende lid van artikel 5aa van het Uitvoeringsbesluit MRB, kan het Hof hem daarin niet volgen, omdat de vorige houder, naar de Inspecteur onvoldoende weersproken heeft verklaard, niet het kwarttarief had betaald. Voorts faalt het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel. Het Hof acht, gelet op de omstandigheid dat de Rechtbank op grond van redelijkheid en billijkheid het kwarttarief met ingang van 12 november 2014 heeft verleend, aanleiding om, op de voet van artikel 8:114, lid 2, van de Awb, de griffier op te dragen om aan belanghebbende het door hem in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.
De uitspraak op rechtspraak.nl