Hof 's-Hertogenbosch 4 september 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:3710
Het hof oordeelt dat tussen advocatenkantoor en voormalig cliënt een vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen. Voor zover aan de verklaring van de voormalige cliënt met betrekking tot de in de vaststellingsovereenkomst verwoorde schikking haar daarmee overeenstemmende wil zou hebben ontbroken, kan zij daarop op grond van het bepaalde in artikel 3:35 BW tegen het advocatenkantoor geen beroep doen. Het beroep op de (buitengerechtelijke) vernietiging van die overeenkomst wegens wilsgebreken wordt verworpen.
De uitspraak op rechtspraak.nl