Hof 's-Hertogenbosch 31 augustus 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:3643
Belanghebbende heeft geen recht op een dwangsom wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. De termijn waarbinnen de door de Rechtbank opgedragen uitspraak op bezwaar moet zijn gedaan is namelijk nog niet aangevangen vanwege de schorsende werking van het hoger beroep. Belanghebbende is in de bezwaarfase ten onrechte niet gehoord en is hierdoor benadeeld. Het Hof verwijst de zaak terug naar de Heffingsambtenaar met de opdracht belanghebbende alsnog te horen en opnieuw uitspraak op bezwaar te doen. Het Hof ziet aanleiding om, met toepassing van artikel 8:113, lid 2, van de Awb, te bepalen dat tegen de nieuwe uitspraak op bezwaar slechts bij het Hof beroep kan worden ingesteld. Het Hof overweegt ten overvloede dat, alhoewel het Hof, evenals de Rechtbank, de onderhavige zaak terug zal verwijzen naar de Heffingsambtenaar, de Rechtbank onjuiste gronden aan dit oordeel ten grondslag heeft gelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl