Hof 's-Hertogenbosch 26 juni 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:2741

- overgang van onderneming? - Loonvordering in kort geding ingesteld door werknemer tegen de “oude” en tegen de “nieuwe” werknemer, die in eerste aanleg is toegewezen tegen de “oude” werkgever en afgewezen tegen de “nieuwe”. “Oude” werkgever komt in hoger beroep. - Werknemer roept “nieuwe” werkgever in hoger beroep op de voet van art. 118 Rv in het geding en stelt in hoger beroep opnieuw vorderingen in tegen de nieuwe werkgever - Geen processueel ondeelbare rechtsverhoudingen, vorderingen kunnen niet worden ingesteld tegen de als derde in het geding geroepen “nieuwe” werkgever (rov. 3.3 e.v.; HR 11 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:411 (erven Houlas)) - De aangesproken “oude” werkgever moet in hoge mate aannemelijk maken dat zijn onderneming is overgegaan (rov. 3.7.) - Daarin is de “oude” werkgever niet geslaagd (rov. 3.8.). Toewijzing vordering. - Zie ook arrest nummer 200.232.165/01 van dezelfde datum

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen