Hof 's-Hertogenbosch 13 april 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:1591
Naheffingsaanslag in de parkeerbelasting. Volgens het Hof heeft gemachtigde van belanghebbende kenbaar gemaakt dat hij voldoende bereikbaar was op zijn e-mailadres. De Heffingsambtenaar mocht derhalve door middel van e-mailberichten verzonden naar een e-mailadres dat in gebruik is bij de gemachtigde van belanghebbende, een termijn te bieden om de gronden waarop het bezwaar berust aan te vullen. Het Hof acht aannemelijk dat de e-mailberichten door gemachtigde zijn ontvangen. Belanghebbende heeft de gronden van zijn bezwaar niet aangevuld, en heeft derhalve niet voldaan aan het vereiste zoals opgenomen in artikel 6:5, lid 1, onderdeel d, van de Awb. Vanwege dit gebrek was de Heffingsambtenaar op grond van artikel 6:6, aanhef en onderdeel a, van de Awb bevoegd om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Belanghebbende kan, naar het oordeel van het Hof, voorts geen aanspraak maken op een dwangsom als bedoeld in artikel 4:17 van de Awb, alleen al omdat hij de Heffingsambtenaar prematuur in gebreke heeft gesteld met betrekking tot het doen van uitspraak op bezwaar. Ten slotte overweegt het Hof dat de Heffingsambtenaar op grond van artikel 7:3, aanhef en onderdeel a, van de Awb mocht afzien van het horen van belanghebbende.
De uitspraak op rechtspraak.nl