Hof 's-Hertogenbosch 5 april 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:1499
BPM. Wederom heeft de inspecteur geen verweerschrift ingediend. Gelet op eerdere uitspraken, ziet het Hof thans aanleiding hieraan consequenties te verbinden, namelijk een proceskostenvergoeding van € 500. Art. 8, lid 8, Uitv. reg. BPM (toonplicht) is niet in strijd met het recht. Wel moet de inspecteur bij het uitoefenen van zijn controlerecht, te weten het bepalen van de locatie waar de auto moet worden getoond, rekening houden met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. In het onderhavige geval oordeelt het Hof dat de kosten die belanghebbende moet maken om de auto op de locatie te Soesterberg te tonen, afgezet tegen de hoogte van de naheffingsaanslag verhoudingsgewijs dermate hoog zijn, dat het disproportioneel moet worden geacht om belanghebbende op te roepen om de auto in Soesterberg te tonen. Dat neemt niet weg dat de bewijslast ten aanzien van waardevermindering in verband met schade op belanghebbende blijft rusten. Het Hof oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van meer dan normale slijtage en gebruikssporen. Voor een aftrek op de koerslijstwaarde wegens schade is dan geen plaats.
De uitspraak op rechtspraak.nl