Hof 's-Hertogenbosch 30 maart 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:1398

Art. 4.36 van de Wet IB 2001. Art. 4.25 van de Wet IB 2001. Bij het beslissen op een verzoek om vaststelling van de verkrijgingsprijs van aandelen hoeft de Inspecteur geen rekening te houden met de toekomstige en onzekere gebeurtenis dat een belastingplichtige in Nederland gaat wonen. De waarde in het economische verkeer van aandelen op een in de toekomst gelegen onbekend moment kan niet worden bepaald. De verkrijgingsprijs van aandelen is daarom terecht vastgesteld op de historische verkrijgingsprijs. Belanghebbende kan na remigratie een nieuw verzoek om vaststelling van de verkrijgingsprijs van aandelen indienen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen