Hof 's-Hertogenbosch 30 maart 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:1396

Belanghebbende was aandeelhouder van een BV. Door de bank is aan de BV en de met haar gelieerde vennootschappen een aanvullend krediet verstrekt, waarvoor door belanghebbende een borgtocht is afgegeven. Het Hof is van oordeel dat sprake is van een onzakelijke borgstelling en acht daarbij in het bijzonder van belang dat belanghebbende een borgstelling is aangegaan die gold voor alle huidige en toekomstige verplichtingen van de BV en de met de BV gelieerde vennootschappen. Aldus is sprake van een debiteurenrisico dat niet is te overzien en dat niet bepaalbaar is. Er is geen sprake van een bijzondere omstandigheid (zakelijke relatie), als bedoeld in het arrest van de HR van 25 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN3442. Belanghebbende kan geen beroep doen op jegens hem door de belastingdienst opgewekt vertrouwen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken